Archiefdocument
Origineel
15 maart 1943 Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar van de Dienst der Levensmiddelen) Bladz. 9 15 Maart 43
XXXX 9 43
46A/88/1 den Heer Wethouder voor
Amsterdam. de Levensmiddelen,
den, wanneer er twee maal per dag verdeeling wordt gehouden,
heeft dit echter toch zijn bezwaren, speciaal voor de kooplie-
den, die hun verkoopplaats op markten hebben, die ver van de
Vischmarkt zijn verwijderd, bijvoorbeeld het Stadionplein. De
marktkooplieden hebben zich veelal tot groepjes van drie gecom-
bineerd en regelden dan hun zaken zoodanig, dat na de ochtend-
verdeeling twee van hen zich met den verkoop op de markt be-
lastten, hetgeen bijvoorbeeld voor garnalen soms langen tijd
in beslag kon nemen, terwijl de derde om 2 uur zich naar de
middagverdeeling begaf om daar eventueele toewijzingen voor een
van de drie kooplieden in ontvangst te nemen. Wanneer dit
bona-fide gevallen betreft, behoeft daartegen geen enkel be-
zwaar te bestaan, wanneer slechts vaststaat, dat de combinatie
van drie zich allen met den vischhandel bezighouden: twee met
den verkoop en een met het halen der visch. Wanneer de derde
zich des middags met de visch op de markt meldt, dienen zij
ieder voor zich weder met den verkoop door te gaan. Wij zouden
derhalve willen voorschrijven, dat iedere straathandelaar ver-
plicht is, zijn toewijzing persoonlijk in ontvangst te nemen,
behalve wanneer hiervan aan bepaalde bekende combinaties
schriftelijk dispensatie is verleend voor een der met name
genoemde kooplieden der combinatie, die de visch voor de ge-
heele combinatie in ontvangst mag nemen. Voorts zal iedere
kleinhandelaar worden verplicht om persoonlijk zijn visch op
zijn verkoopplaats te verkoopen, behalve in de gevallen, dat
schriftelijk toestemming is verleend als vorenbedoeld.
Voor de winkeliers in versche visch ligt de zaak
evenwel anders. Voor hen, die persoonlijk en zonder personeel
hun zaken doen kan eveneens worden voorgeschreven, dat zij hun
toewijzing zelf in ontvangst nemen; voor de zaken, die met
personeel werken, kan dit evenwel bezwaarlijk worden voorge-
schreven. Dezen zaken moet worden toegestaan, dat zij de toe-
wijzing door een knecht, die daartoe officieel werkzaam bij hun
moet zijn, in ontvangst kunnen laten nemen.
Ditzelfde geldt voor de visch- en fruitzaken. Deze
handelaren moeten tezelfder tijd op twee markten zijn om hun
inkoopen te verzorgen. De toewijzing op de Vischmarkt voor
deze zaken beperkt zich veelal tot enkele ponden gerookte visch.
Dit is de aanleiding geweest, dat een tweetal van deze hande-
laren voor ongeveer 50 zaken de toewijzing in ontvangst nemen
en op twee driewielers vervoeren naar de diverse zaken. Het
komt ons voor, dat deze regeling in deze tijden van transport-
moeilijkheden, wel zeer economisch is; er bestaat alle aanlei-
ding om goed te keuren, dat deze regeling ook voor het komende
seizoen voortgang zal vinden.
Ten slotte wordt voorgesteld om bij ziekte van den
kleinhandelaar de volgende regeling voor te schrijven, welke
alleen voor de straathandelaren zal behoeven te worden toege-
past. Bij ziekte moet de straathandelaar een doktersverklaring
doen overleggen aan den afslager en kan deze koopman een col-
lega van dezelfde markt machtigen om zijn visch in ontvangst te
nemen en op deze markt te verkoopen. De winkelier kan in dat
geval zijn visch door zijn knecht of vrouw in ontvangst laten
nemen en in den winkel doen verkoopen. Dit ambtelijke schrijven aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen behandelt de praktische problemen rondom de distributie van vis tijdens de bezettingsjaren. De kernpunten zijn:
- Logistieke Kneltit: Door de spreiding van markten (zoals het Stadionplein) ten opzichte van de centrale Vischmarkt, is het voor individuele handelaren onmogelijk om twee keer per dag persoonlijk hun toewijzing op te halen zonder de verkoop te stagneren.
- Informele Samenwerking: Marktkooplieden hebben zich informeel verenigd in groepjes van drie om de taken (verkoop vs. ophalen) te verdelen. De auteur stelt voor dit te formaliseren via een systeem van schriftelijke dispensaties.
- Onderscheid Handelaren: Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen zelfstandige straathandelaren (die in principe persoonlijk moeten verschijnen), grotere viswinkels (die personeel mogen sturen), en gecombineerde vis- en fruitzaken (die gebruik maken van een centrale koeriersdienst per driewieler voor kleine hoeveelheden gerookte vis).
- Ziekteregeling: Er wordt een protocol voorgesteld voor ziekte, waarbij straathandelaren met een doktersverklaring een collega kunnen machtigen, terwijl winkeliers hun vrouw of personeel kunnen inzetten.
- Efficiëntie: De nadruk ligt op een "economische" aanpak gezien de heersende transportmoeilijkheden. Het document dateert van maart 1943, een periode waarin Nederland gebukt ging onder de Duitse bezetting. Voedselvoorziening en distributie stonden onder strikte controle van de overheid (het distributiestelsel).
De schaarste aan brandstof en transportmiddelen dwong de sector tot uiterste efficiëntie, zoals blijkt uit het voorbeeld van de twee driewielers die 50 zaken bevoorraden. Tegelijkertijd was de bureaucratie streng: men was beducht voor fraude of zwarte handel, vandaar de nadruk op "bona-fide" gevallen en de noodzaak voor officiële machtigingen en doktersverklaringen. De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op de centrale rol van het gemeentebestuur in het beheer van de stedelijke voedselstromen in oorlogstijd.