Handgeschreven rapport/verslag van een gesprek/incident.
Origineel
Handgeschreven rapport/verslag van een gesprek/incident. 5 mei 1943 (5-5-'43). zenden: Ook merkte den Heer Ponda op dat hij tot nog toe wegens het gemak van vervoer steeds te veel gestuurd had naar Amsterdam.
Op dit moment kwam juist Heer Stam voorbij, die zich met het gesprek ging bemoeien.
Den Heer Stam deelde Heer Ponda mede dat hij verplicht was zijn visch in Amsterdam te leveren; waarop de Heer Ponda antwoordde, dat nog Heer Stam of Lammers, konden weten dat hij volkomen vrij was: daar te leveren waar zijn leveringsplicht hem voorschreef.
Nadat Lammers nog had betoogd dat juist de Heer Stam de man is geweest die het aanvoerder-zijn had geambieerd om in Amsterdam te lossen zeker omdat Heer Stam als Afslager zich er nooit toe liet leenen om op wat voor manier ook een aanvoerder te laten bloeden ten gunste van de handel:
Den Heer Stam deelde nog mede dat hij als Chef er op staat dat ieder zijn gerechtigheid ontvangt; en zoo noodig rapport zal uitbrengen van mededeelingen die Heer Ponda doet.
Gezien het feit nu dat onderget. [ondergetekende] als lid der VerdeelCom. [Verdeelcommissie] de zaken ziet niet alleen wat betreft de aanvoer, maar ook dat men wil trachten zeer ten onrechte het beleid van Heer Stam en die der VerdeelCom aan te tasten.
daarbij overwegende dat onderget. verzocht werd een onderhoud met Heer Ponda te hebben, en Heer Stam er op het laatste oogenblik is bijgekomen is in overleg met den Heer de Baer en Heer Stam dit rapport door K. Lammers gemaakt. Het weldoende. 5-5-'43.
[Handtekeningen: K. Lammers, en onleesbaar/Stam(?)] Dit document is een formeel verslag van een confrontatie tussen een visser of aanvoerder (Heer Ponda) en vertegenwoordigers van de distributie-autoriteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het conflict draait om de leveringsplicht: Ponda meent dat hij zelf mag bepalen waar hij zijn vis lost, terwijl Heer Stam (de afslager/chef) en Lammers (Verdeelcommissie) vasthouden aan de verplichte levering in Amsterdam.
De tekst is defensief van toon vanuit de zijde van de ambtenaren. Lammers benadrukt de integriteit van Heer Stam ("nooit toe liet leenen om... een aanvoerder te laten bloeden") om aantijgingen van partijdigheid of corruptie in de handel te weerleggen. Het document dient als een officiële vastlegging van het incident, waarschijnlijk om de positie van de Verdeelcommissie te rechtvaardigen tegenover mogelijke klachten of verzet van aanvoerders. Het document dateert van 5 mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en distributie (waaronder de visserij) volledig gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse crisisorganisaties om schaarste te beheersen en de zwarte markt in te dammen.
De Verdeelcommissies speelden een cruciale rol in het toewijzen van schaarse goederen aan steden. Amsterdam had een enorme behoefte aan voedsel, en vissers werden vaak gedwongen hun vangst daar tegen vaste prijzen te lossen in plaats van op locaties waar ze wellicht een hogere prijs (of meer gemak) konden krijgen. De spanning tussen de individuele ondernemingsvrijheid van de visser en de dwingende regels van de distributie-overheid komt in dit handgeschreven rapport duidelijk naar voren. De term "gerechtigheid" in het document verwijst hier waarschijnlijk naar het eerlijk volgen van de distributieregels. K. Lammers