Archiefdocument
Origineel
13 juli 1943. De Directeur (ondertekening zonder naam, mogelijk van een distributie- of handelsinstantie). Kenmerk: VD/RP. Den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherij Centrale, 2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage. [Handgeschreven bovenin:] Verzonden 13/7 [initialen]
VD/RP.
46a/206/2 M.
13 Juli 1943.
den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherij Centrale,
2e Adelheidstraat 300,
’s-Gravenhage (Z-H)
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 2 Juni jl. No. 14810/AZ/We bericht ik U, dat Jac. F. Fafieanie in de ver-deeling te Amsterdam als kleinhandelaar is opgenomen.
De toewijzingen, welke hij daarvan ontvangt n.l. 2 x zoetwatervisch, 2 x ongepelde garnalen, 2 x gepelde garnalen en 1 x gerookte aal moet hij in denzelfden staat verkoopen, als deze hem worden toegewezen. Hoewel dezer-zijds bekend is, dat Fafieanie voor den oorlog op grooten schaal visch bakte, ben ik van meening, dat het thans niet gewenscht is om hem een vergunning voor het bakken van visch te verleenen. De bevolking is meer gebaat met het versche product. Ik vraag mij trouwens af, op welke wijze Fafieanie aan olie moet komen om visch te bakken. De prijs van het verwerkte product zou hierdoor stellig belangrijk stijgen. Aangezien adressant een winkel exploiteert, is contrôle op zijn wijze van verkoopen uiteraard reeds be-zwaarlijk. Inwilliging van zijn verzoek zou verder tot consequenties aanleiding geven.
Wat de fabricage van vischcroquetten betreft diene, dat het mij niet bekend is, of voor Fafieanie nog de moge-lijkheid bestaat om buiten de verdeeling om vischsoorten te koopen, welke hij voor deze fabricage kan gebruiken. Ik zou er overwegend bezwaar tegen hebben, wanneer hij uit de verdeeling toegewezen vischsoorten voor deze fabricage zou benutten en wel op dezelfde gronden als hierboven zijn om-schreven.
Voor zoover mij bekend verkoopt hij deze croquetten aan den kleinhandel en moet hij in dit geval dus als groot-handelaar worden beschouwd.
In hoeverre thans nog behoefte bestaat aan nieuwe combinaties van groot/kleinhandelaar meen ik aan Uw beter oordeel te moeten overlaten.
De Directeur, Deze brief is een ambtelijk schrijven over de strikte regulering van de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Status van de handelaar: Jac. F. Fafieanie in Amsterdam is officieel erkend als kleinhandelaar binnen het distributiesysteem voor specifieke soorten vis (zoetwatervisch, garnalen, aal).
- Verbod op verwerking: Fafieanie mag de vis niet bakken, ondanks zijn ervaring hiermee van vóór de oorlog. De directeur voert aan dat verse vis belangrijker is voor de bevolking en wijst op het tekort aan bakolie.
- Prijsbeheersing en controle: Het verwerken van vis zou leiden tot prijsstijgingen, wat ongewenst is in een rantsoeneringseconomie. Bovendien wordt geanticipeerd op controleproblemen en het scheppen van een ongewenst precedent.
- Viscroquetten: Er is argwaan over de herkomst van de vis voor croquetten. Als hij deze verkoopt aan andere winkeliers, wordt hij feitelijk als groothandelaar gezien, wat een andere juridische en distributieve status inhoudt. Het document dateert uit juli 1943, een periode van diepe schaarste in het bezette Nederland. De "Nederlandsche Visscherij Centrale" was een door de Duitse bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de visserijsector en de distributie van visproducten.
Tijdens de bezetting was bijna alles op de bon (distributie). Overheden probeerden de prijzen laag te houden en zwarte handel te voorkomen door strikte regels op te leggen aan handelaren. Het "bakken van vis" vereiste vetten of oliën, die destijds extreem schaars waren. Dit verklaart de ambtelijke bezwaren: het verwerken van schaarse grondstoffen tot luxe- of duurdere producten paste niet binnen het beleid van de sobere volksvoeding. De brief illustreert de bureaucratische controle op elk detail van de economische keten tijdens de oorlogsjaren. F. Fafieanie