Handgeschreven brief (waarschijnlijk een dreig- of klachtenbrief).
Origineel
Handgeschreven brief (waarschijnlijk een dreig- of klachtenbrief). Mijnheer u begrijp toch dat de
menschen met steun eten toch
niet ieder morgen aal en
als het bij u niet help gaan
ik naar de groenen poliesie
dat de visch en de aal
verkocht wordt Dus ik
hoop dat daar toch eens ver-
andering in komt van dat
voor klappe kijk u maar niet
naar mij schrijffen er hangen 2
kinderen aan mij rokken
Hartelijk bedankt
Mej Blom De brief is een uiting van frustratie en een direct dreigement. De schrijfster, Mej. Blom, richt zich tot een 'Mijnheer' (mogelijk een ambtenaar of opziener) over een vermeende onrechtvaardigheid: mensen die 'steun' (een uitkering) ontvangen, zouden zich de luxe van aal (paling) kunnen veroorloven, wat suggereert dat er sprake is van zwarte handel of fraude.
Blom dreigt naar de "groenen poliesie" te stappen als de situatie niet verandert. De tekst bevat verschillende taal- en spelfouten die wijzen op een beperkte schoolopleiding ("poliesie", "schrijffen", "visch", "begrijp" zonder stam-t). De uitdrukking "er hangen 2 kinderen aan mij rokken" is een indringende manier om haar eigen precaire situatie te benadrukken; zij heeft de zorg voor twee kinderen en kan de (vermeende) oneerlijke verdeling van middelen niet verdragen. Het document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit blijkt uit de referentie naar de "groenen poliesie" (de Ordnungspolizei), die berucht was om haar harde optreden en invallen.
In deze periode heerste er grote schaarste en was er een strikt distributiesysteem. Mensen die van de "steun" leefden, werden nauwlettend in de gaten gehouden; luxeartikelen zoals paling waren voor hen officieel onbetaalbaar. Het aangeven van medeburgers bij de autoriteiten (collaboratie of 'NSB-gedrag') kwam helaas vaker voor, soms uit ideologie, maar vaak ook uit bittere jaloezie of wanhoop door de heersende armoede. De brief geeft een rauw inkijkje in de sociale spanningen en de overlevingsstrijd van die tijd. NSB
Samenvatting
De brief is een uiting van frustratie en een direct dreigement. De schrijfster, Mej. Blom, richt zich tot een 'Mijnheer' (mogelijk een ambtenaar of opziener) over een vermeende onrechtvaardigheid: mensen die 'steun' (een uitkering) ontvangen, zouden zich de luxe van aal (paling) kunnen veroorloven, wat suggereert dat er sprake is van zwarte handel of fraude.
Blom dreigt naar de "groenen poliesie" te stappen als de situatie niet verandert. De tekst bevat verschillende taal- en spelfouten die wijzen op een beperkte schoolopleiding ("poliesie", "schrijffen", "visch", "begrijp" zonder stam-t). De uitdrukking "er hangen 2 kinderen aan mij rokken" is een indringende manier om haar eigen precaire situatie te benadrukken; zij heeft de zorg voor twee kinderen en kan de (vermeende) oneerlijke verdeling van middelen niet verdragen.
Historische Context
Het document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit blijkt uit de referentie naar de "groenen poliesie" (de Ordnungspolizei), die berucht was om haar harde optreden en invallen.
In deze periode heerste er grote schaarste en was er een strikt distributiesysteem. Mensen die van de "steun" leefden, werden nauwlettend in de gaten gehouden; luxeartikelen zoals paling waren voor hen officieel onbetaalbaar. Het aangeven van medeburgers bij de autoriteiten (collaboratie of 'NSB-gedrag') kwam helaas vaker voor, soms uit ideologie, maar vaak ook uit bittere jaloezie of wanhoop door de heersende armoede. De brief geeft een rauw inkijkje in de sociale spanningen en de overlevingsstrijd van die tijd.