Ambtsbrief / Dienstbrief
Origineel
Ambtsbrief / Dienstbrief 18 juni 1943 Vermoedelijk een gemeentelijke instantie te Amsterdam (gezien de inhoud over de Amsterdamse afslag). [Handgeschreven linksboven:] № 459 L.M 1943.
[Handgeschreven rechtsboven:] Maas...(?)
[Stempel/Typemachine:] No. 469/217/2 M. 1943 2/7 [Handgeschreven:] 18 Juni 1943. [Handgeschreven initialen:] Dir. M.u.
In een bespreking, welke U op 1 Juni j.l. te Den Haag had met den Gem. Adviseur voor Voedings-en Distributieaangelegenheden, den Heer F. van Meurs, inzake het verzoek van de loonrookers H. Dammen en A.C. Boekelman, om hen in te schakelen bij het rooken van aal en paling voor de Rüstungsbedrijven, verzocht U hem, zich er nader van op de hoogte te willen stellen, wie in Amsterdam als bonafide loonrookers zijn te beschouwen, opdat U daardoor zoudt kunnen overzien, hoeveel zaken voor hulp in aanmerking komen. [Scribbel] z.o.z.
Volgens mijn inlichtingen zijn in Amsterdam als loonrookers te beschouwen: H. Dammen, A.C. Boekelman, Gebr. Huisman, H. de Kort, B. de Kort en Sterkenburg. Alle andere rookers in Amsterdam rooken slechts hun eigen toewijzing, hoewel het mogelijk is, dat zij ook wel eens voor dezen of genen een partijtje aal rooken. Dit kan echter zeker niet worden beschouwd als het uitoefenen van het loonrookersbedrijf als beroep.
Ten aanzien van de hierboven vermelde personen beschik ik niet over voldoende gegevens om vast te stellen, of zij in het loonrookersbedrijf hun uitsluitend middel van bestaan vinden. Vast staat evenwel, dat zij groote schade ondervinden van den geringen aanvoer van versche aal, die zooals U bekend is, op het oogenblik geheel opgehouden heeft.
De heeren Dammen en Boekelman hebben bericht, dat zij in het basisjaar 1941 hebben verwerkt respectievelijk ± 52000 en 24000 ½ kg. aal. Omtrent de andere genoemden zijn mij geen gegevens bekend. Op grond van deze gegevens meenen beide firma's aanspraak te kunnen maken op een flink aandeel in de voor de Rüstungsbedrijven in Amsterdam te rooken hoeveelheid aal. De andere firma's meenen een zelfde aanspraak te kunnen doen gelden.
Aan de Amsterdamsche bevolking - degenen, die in de Rüstungsbedrijven werken daarvan uitgezonderd - is daardoor schade toegebracht in haar voedselpositie. In 1942 werd op den Amsterdamschen afslag aangevoerd:
zeevisch (met uitzondering van bliek) 1.601.865 ½ kg.
versche aal 740.389 ½ kg.
gerookte aal 179.614 ½ kg.
zoetwater-visch 210.680 ½ kg.
-------------------
Totaal 2.732.556 ½ kg.
Aan versche- en gerookte aal voor de z.g. Rüstungsbedrijven is geleverd 920.000 ½ kg. Uit deze cijfers blijkt, dat 1/3 gedeelte van den aanvoer van visch over het jaar 1942 is weggevallen.
Ook de kleinhandelaren in versche en gerookte aal lijden hierdoor groote schade, tenzij er een regeling tot stand komt - waarvan sprake zou zijn - welke voor de gederfde visch een daarmee overeenkomende geldelijke vergoeding in de plaats stelt. In dit geval staan de loonrookers achter bij de versche-aalhandelaren, omdat zij dan nog schade lijden door stilstand van hun bedrijven. Zijn mijn inlichtingen juist, dan zou ook
den Heer Directeur der Ned.
Visscherij Centrale A. Haasnoot,
2de Adelheidstraat 300,
's-GRAVENHAGE.
--- * Kernproblematiek: Het document beschrijft de economische noodtoestand in de Amsterdamse palingrokerij tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door de vordering van vis door de bezetter voor de Rüstungsbedrijven (bedrijven die voor de Duitse oorlogsindustrie werkten), is er voor de gewone bevolking en de lokale ondernemers een enorm tekort ontstaan.
* Belangenbehartiging: Twee specifieke loonrookers, Dammen en Boekelman, proberen via officiële kanalen een deel van het werk voor de Duitse oorlogsindustrie te bemachtigen om hun bedrijf te redden, aangezien de reguliere markt is opgedroogd.
* Statistiek als argument: De schrijver gebruikt harde cijfers van de Amsterdamse afslag uit 1942 om aan te tonen dat maar liefst een derde van de totale visaanvoer direct naar de Duitse belangen gaat, wat de precaire voedselpositie van de Amsterdamse burger onderstreept.
* Loonrookers vs. Handelaren: Er wordt een onderscheid gemaakt tussen handelaren en 'loonrookers' (ondernemers die in opdracht vis roken). De loonrookers worden dubbel getroffen: zij hebben geen handel én hun productiecapaciteit ligt stil.
--- Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische realiteit tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945).
- Economische aanpassing: Ondernemers moesten vaak werken voor de vijand (Rüstungsaufträge) om te voorkomen dat hun personeel werd tewerkgesteld in Duitsland of dat hun bedrijf failliet ging door gebrek aan grondstoffen.
- Voedselvoorziening: In 1943 was de voedselsituatie in Nederland al sterk verslechterd. Dat vis, een belangrijk eiwitrijk volksvoedsel, voor 33% naar de oorlogsindustrie ging, was een zware slag voor de burgerbevolking.
- Visscherij Centrale: De Nederlandsche Visscherij Centrale was in deze periode het overkoepelende orgaan dat de distributie en verwerking van vis controleerde onder toezicht van de bezetter. De directeur, A. Haasnoot, was een spilfiguur in deze gereguleerde sector.
- Terminologie: De term "½ kg" verwijst naar de pond, de standaardmaatstaf in de toenmalige handel en distributiekaarten.