Doorslag van een ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief/correspondentie. voor deze schade een regeling tot vergoeding in de maak zijn.
Het stilliggen van de loonrookerijen voor Amsterdam is ontegenzeggelijk een ernstig nadeel. De wensch van de loonrookers om ingeschakeld te worden bij de opdrachten voor het rooken voor de Rüstungs-bedrijven, is dus alleszins begrijpelijk en vindt gaarne mijn steun.
Het is mij bekend, dat U er geen bezwaar tegen heeft, om de Amsterdamsche loonrookers voor de Rüstungsbedrijven te doen rooken, doch dat de beperkte capaciteit van elk dezer bedrijven de uitvoering daarvan practisch in den weg staat.
Met het oog op het belang, dat voor Amsterdam met deze zaak gemoeid is, verzoek ik U, alsnog te willen overwegen, of aan een tijdelijke combinatie van de Amsterdamsche rookers, onder verantwoordelijkheid van door U aangewezenen, opdrachten tot rooken zouden kunnen worden gegeven. De contrôle daarop zal uiteraard van veel belang zijn.
Ik zal het op prijs stellen, indien U deze zaak nog eens in gunstige overweging zult willen nemen.
HD De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
/ U gaf daarbij in overweging overleg te plegen met den Heer
Klaas Dammers, hetgeen inmiddels is geschied. In deze brief pleit de burgemeester van Amsterdam voor de belangen van de lokale "loonrookerijen" (visrokerijen die in opdracht van derden werken). Vanwege de oorlogsomstandigheden liggen deze bedrijven stil, wat economische schade veroorzaakt.
De kern van het betoog is een voorstel om deze kleine bedrijven te verenigen in een "tijdelijke combinatie". De individuele capaciteit van de rokerijen is namelijk te gering om zelfstandig opdrachten uit te voeren voor de Duitse oorlogsindustrie (Rüstungsbetriebe). Door ze te laten samenwerken onder toezicht van de bezetter, hoopt de burgemeester de lokale werkgelegenheid en bedrijvigheid te herstellen. De brief eindigt met een postscriptum waarin wordt bevestigd dat er reeds overleg heeft plaatsgevonden met een zekere heer Klaas Dammers. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Edward Voûte was de door de Duitsers benoemde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam (1941-1945).
De tekst illustreert de economische collaboratie en de pogingen van het lokale bestuur om binnen het kader van de Duitse oorlogseconomie de eigen stadseconomie draaiende te houden. De term "Rüstungs-bedrijven" verwijst direct naar de Duitse bewapeningsindustrie of bedrijven die direct voor de Wehrmacht produceerden. Vis was in deze periode een essentieel voedingsmiddel, en het roken ervan was cruciaal voor de houdbaarheid en het transport naar het front of naar Duitsland. E.J. Vo J.F. Franken Wehrmacht