Ambtelijk advies/brief.
Origineel
Ambtelijk advies/brief. 6 juli 1943. Onbekend (geparafeerd met 'VD/HB', mogelijk een afdelingshoofd binnen de gemeente Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Rechtsboven handgeschreven:] Mos de B
[Rechtsboven getypt:] VD/HB.
46a/217/3 M.
1.
rookers.
6 Juli 1943.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 16 Juni jl. om advies ontvangen stuk no.434 L.M.1943, heb ik de eer U te berichten, dat de groep aalrookers, een dertigtal, sedert de aal een andere bestemming heeft gekregen, vrijwel geen toewijzingen van visch hebben ontvangen; zij hebben reeds eenige malen verzocht om bij den verschen vischhandel te worden ingeschakeld; dit verzoek is in de Verdeelingscommissie behandeld en afgewezen, omdat deze rookers nimmer als versche vischhandelaar zijn werkzaam geweest. Indien aan hun verzoek zou worden voldaan, dan zou dit tot gevolg hebben, dat de toewijzingen van de versche vischhandelaren, welke momenteel toch al niet ruim zijn, nog minder zouden worden. Ik wijs er in dit verband op, dat, door den getroffen maatregel, ook de handelaren in versche visch geen aal meer krijgen toegewezen.
Bovendien zou inwilliging van het onderhavige verzoek tot consequenties leiden, bijv. ten aanzien van de groep haringhandelaren, die sedert het uitbreken van den oorlog, als gevolg van het wegvallen van den haringaanvoer, in het geheel geen handel meer hebben ontvangen.
Op deze gronden meen ik U te moeten adviseeren op het onderhavige adres afwijzend te beschikken.
Het is mij bekend, dat momenteel bij de Nederlandsche Visscherij-centrale de mogelijkheid wordt onderzocht om de winstmarge voor den kleinhandel, welke thans door de buiten Amsterdam gevestigde rookerijen, welke voor de Rustungsbedrijven werken, wordt geincasseerd, onder de rechthebbende kleinhandelaren te verdeelen.
Hiervan zullen dan ook de Amsterdamsche rookers en de overige Amsterdamsche kleinhandelaren, die daar recht op hebben, hun deel ontvangen. Hiervan ware den adressant mededeeling te doen.
--- * Kernboodschap: De ambtenaar adviseert de wethouder om het verzoek van dertig aalrokers om als versvis-handelaar te mogen werken, af te wijzen.
* Argumentatie:
1. Gebrek aan ervaring: De rokers zijn nooit werkzaam geweest in de vershandel.
2. Schaarste: De toewijzingen (rantsoenen) voor bestaande vishandelaren zijn al zeer beperkt; extra concurrentie zou hun inkomen verder uithollen.
3. Precedentwerking: Als deze groep toestemming krijgt, zullen andere groepen (zoals haringhandelaren die ook zonder werk zitten) hetzelfde eisen.
* Alternatieve oplossing: Er wordt gezocht naar een financiële tegemoetkoming door winstmarges van rokerijen buiten de stad (die voor de oorlogsindustrie werken) te herverdelen onder de gedupeerde Amsterdamsche handelaren.
* Terminologie: Het gebruik van "Rustungsbedrijven" (bewapenings- of oorlogsindustrie) en de verwijzing naar "toewijzingen" en de "Verdeelingscommissie" zijn typerend voor de distributie-economie tijdens de bezettingsjaren.
--- Dit document stamt uit de zomer van 1943, een periode van diepe schaarste in het bezette Nederland. De visserijsector werd zwaar getroffen door de oorlogsomstandigheden op de Noordzee en door de Duitse opeisingen. "Aal" (paling) werd vaak direct gevorderd voor de Duitse markt of de Wehrmacht, waardoor de gespecialiseerde aalrokers in Amsterdam zonder grondstoffen en dus zonder inkomen kwamen te zitten.
De brief illustreert de bureaucratische strijd om middelen en de pogingen van de lokale overheid om de sociale vrede te bewaren binnen de strikte kaders van de bezettingseconomie. De genoemde "Nederlandsche Visscherij-centrale" was het orgaan dat onder toezicht van de bezetter de gehele sector controleerde. De verwijzing naar de "winstmarge van buiten Amsterdam gevestigde rookerijen" suggereert dat bedrijven die direct voor de Duitse oorlogsmachine werkten (Rustungsbedrijven) financieel bevoordeeld werden, ten koste van de lokale kleinharing- en aalhandelaren.