Archiefdocument
Origineel
14 juni 1943 [Marginale notitie linksboven:]
mischijnlijk
dagmarkten
[Midden boven:]
46a/220/1
A’dam, 14/6 1943
W.H.M.
In verband met de vele klachten omtrent het vormen van lange rijen in de vroege morgenuren door het publiek over het feit, dat veelal dezelfde menschen aan den kop van de rij staan, die op deze wijze meermalen per week visch kunnen koopen en deze visch weer voor zwarte prijzen van de hand doen, hebben de ondergeteekenden een bespreking gevoerd met een politie-ambtenaar van het Hoofdbureau van Politie (den heer Gaaikema) teneinde te trachten een uniforme regeling voor alle markten, waar visch wordt verkocht, voor te bereiden.
Aanleiding van deze bespreking was tevens een maatregel van de commandanten van de politie-bureaux in de stad (o.a. de bureaux, waaronder de markten Dok- en Vischmarkt ressorteeren), die voor de betr. markten de rijvorming voor 10 uur s’ morgens hebben verboden. De rij wordt aldaar om 10 uur opgesteld en daarna wordt, wanneer met den vischverkoop wordt begonnen, door de met de orde belaste agenten aangewezen, wie in het publiek het eerst uit de rij mag treden om visch te koopen. Vanzelfsprekend geeft deze regeling, wat het aanwijzen door de agent betreft, eveneens aanleiding tot klachten.
Een en ander is derhalve met vorenbemelde politie-ambtenaar besproken, waarbij eenstemmigheid bleek te bestaan in de opvatting, dat de politie uitsluitend voor de orde heeft te zorgen, doch dat de marktambtenaren de zorg dragen voor het contact tusschen distributeur en klant m.a.w. het is de taak van den marktambtenaar heeft tot taak aan te geven, welke menschen van het zich in de rij bevindende publiek visch kunnen komen koopen.
De heer Gaaikema verklaarde zich bereid de betr. politie-autoriteiten voor te stellen de rijvorming vóór 9.30 uur des morgens te verbieden. Intusschen is reeds telefonisch bericht van het Hoofdbureau ontvangen, dat men bereid is deze bepaling aan alle bureaux, onder welke ressort visch [wordt verkocht...] Dit document is een ambtelijk concept of verslag over de regulering van de visverkoop in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het probleem is tweeledig:
1. Sociale onrust: De vorming van lange wachtrijen in de vroege ochtend leidt tot irritatie bij het publiek.
2. Zwarte handel: Er is sprake van "professionele" wachtenden die dagelijks vooraan staan om vis op te kopen en deze vervolgens op de zwarte markt door te verkopen.
Er wordt gezocht naar een scheiding van taken: de politie moet de fysieke orde handhaven (het managen van de rij), terwijl marktambtenaren moeten bepalen wie daadwerkelijk mag kopen, om zo de distributie eerlijker te laten verlopen. Er wordt voorgesteld om rijvorming pas vanaf 09:30 uur toe te staan. In 1943 was de voedselschaarste in bezet Nederland groot. Vis was een van de weinige eiwitbronnen die (hoewel schaars en gerantsoeneerd) nog enigszins beschikbaar was, maar de distributie verliep chaotisch. De "zwarte handel" was een doorn in het oog van zowel de bezetter als het lokale bestuur, omdat het de officiële rantsoenering ondermijnde.
De genoemde "Dok- en Vischmarkt" verwijst naar de markten in de omgeving van het Waterlooplein en de voormalige Jodenbreestraat (deze markten waren door de deportaties en beperkingen voor Joodse burgers in die jaren overigens drastisch veranderd van karakter). Dit document toont aan hoe de Amsterdamse bureaucratie tot in de kleinste details probeerde de schaarste en de daaruit voortvloeiende sociale spanningen te beheersen.