Afschrift van officiële correspondentie (dienstnota).
Origineel
Afschrift van officiële correspondentie (dienstnota). 20 januari 1944 tot en met 9 februari 1944. [Links boven in rode inkt geschreven:]
46A/220/4 m' 43
[Midden boven:]
A F S C H R I F T.
==================
No.99 L.M.1944 21/1
[Links midden:]
Dict.Ga./Co.
Doss.M.2.a
Ir½ S.No. 9822a/1943
[Rechts midden:]
Amsterdam, 20 Januari 1944.
Doorgezonden aan den Heer Burgemeester van Amsterdam, onder mededeeling, dat ik mij met aan ommezijde voorgestelde regeling ten aanzien van den middagverkoop van visch kan vereenigen.
Bij eventueele invoering hiervan zal ik hieromtrent tevoren gaarne nader worden ingelicht. opdat het betrokken politiepersoneel terzake kan worden geinstrueerd.
De wnd. Politiepresident
namens dezen
DE KAPITEIN VAN POLITIE
w.g. W.J.F.v.d.Meer.
De Wethouder voor de Levensmiddelen enz. stelt deze in handen van den Heer Directeur van het Marktwezen ter kennisneming en terugzending.
Amsterdam, 25 Januari 1944.
No.46a/220/4M.1943 26/1
9/2 Kennisgenomen, onder mededeeling, dat de wnd. politiepresident bereids dezerzijds is ingelicht omtrent de invoering der middagloting.
De Directeur van het Marktwezen,
w.g. C.F.Sixma. Het document is een administratieve vastlegging (afschrift) van een besluitvormingsproces rondom de handel in vis in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. De kern van de correspondentie betreft een nieuwe regeling voor de middagverkoop van vis.
- Akkoord Politie: De waarnemend Politiepresident (vertegenwoordigd door kapitein Van der Meer) stemt in met het voorstel voor de middagverkoop. Hij vraagt wel om tijdig geïnformeerd te worden over de feitelijke invoering, zodat de politie de orde kan handhaven.
- Doorsturing: De Wethouder voor Levensmiddelen stuurt het document door naar de Directeur van het Marktwezen voor verdere afhandeling.
- Bevestiging: Op 9 februari 1944 bevestigt de Directeur van het Marktwezen (C.F. Sixma) de ontvangst en meldt dat de politie reeds is ingelicht over de invoering van de "middagloting". Dit duidt erop dat de vis niet vrij verkocht werd, maar via een lotingssysteem werd verdeeld om chaos of zwarte handel te voorkomen. Dit document stamt uit januari/februari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van grote voedselschaarste. De distributie van levensmiddelen, waaronder vis, was strikt gereguleerd door de gemeente en de bezetter.
De term "middagloting" is hierbij cruciaal: omdat de vraag veel groter was dan het aanbod, werden er lotingssystemen gehanteerd bij vismarkten om te bepalen wie er mocht kopen. Dit leidde vaak tot grote drukte en potentiële onlusten, wat verklaart waarom de politie expliciet betrokken was bij de goedkeuring van deze regeling. De "waarnemend Politiepresident" in die tijd was een functie die nauw samenwerkte met de Duitse autoriteiten om de openbare orde in Amsterdam te handhaven volgens de richtlijnen van de bezetter. C.F. Sixma Marktwezen Politie