Dienstbrief van de Politiepresident te Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief van de Politiepresident te Amsterdam. 12 februari 1944. De Waarnemend Politiepresident te Amsterdam, namens deze de Kapitein van Politie (W.J.F. van der Meer). De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Rechtsboven handgeschreven:] 814
Politiepresident te Amsterdam
Bestuursdienst
Bureau Algemeene Dienstzaken
Amsterdam, 12 Februari 1944.
[Het getal '12' is handgeschreven boven een gedrukte punt]
Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.
Dict.Ga./P.
Dossier M.2a
Lr.S.No.9822b/1943
Bijlagen: 2
[Rechtsboven in de marge handgeschreven krabbel, mogelijk initialen of een instructie: m.i.v. / dep]
Naar aanleiding van Uw schrijven van 31 Januari j.l., No.46a/220/5M, heb ik de eer U hierbij te doen toekomen exemplaren van een door mij aan het politiepersoneel terzake uitgegeven Mededeeling en van een op het daarin bedoelde onderwerp betrekking hebbend persbericht.
Coll.: [geparafeerd met een ‘w’]
DE WND.POLITIEPRESIDENT,
namens dezen
DE KAPITEIN VAN POLITIE,
[Handtekening]
W. J. F. v. d. Meer
[Vervaagde stempel van de naam:] W. J. F. v. d. Meer
[Handgeschreven in rood:] - 43
[Paars stempel linksonder:] Nº 46a/220/6.
[Groot paars stempel middenonder:] M. 1944 [met handgeschreven toevoeging:] 16/2
AAN den Heer Directeur van het Marktwezen
te
A M S T E R D A M
[Rechtsonder handgeschreven initialen:] WA.
[Onderkant formulier:] K 9665 M 72 - 4000-9-43 Dit document is een formele administratieve mededeling van de Amsterdamse politie aan de directeur van het Marktwezen. De kern van de brief is de verzending van twee documenten: een interne 'Mededeeling' voor het politiepersoneel en een extern 'persbericht'. Beide stukken hebben betrekking op een eerder schrijven van het Marktwezen van 31 januari 1944.
De brief is ondertekend door Kapitein van Politie W.J.F. van der Meer, handelend namens de waarnemend Politiepresident. Het taalgebruik is uiterst formeel en zakelijk ("heb ik de eer U hierbij te doen toekomen"), kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd. De talrijke stempels en dossiernummers wijzen op een strikte bureaucratische afhandeling en archivering binnen beide instanties. De brief dateert van februari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de Amsterdamse politie ondergeschikt aan het Duitse gezag, hoewel de dagelijkse administratieve taken nog steeds door Nederlands personeel werden uitgevoerd.
De interactie tussen de politie en het Marktwezen was in deze periode cruciaal. Vanwege de oorlogssituatie was er sprake van schaarste, distributie en een bloeiende zwarte markt. Het Marktwezen hield toezicht op de handel, en de politie was verantwoordelijk voor de handhaving van de (vaak door de bezetter opgelegde) regels. Hoewel de specifieke inhoud van de 'Mededeeling' niet in deze brief staat, is het zeer waarschijnlijk dat deze betrekking had op nieuwe richtlijnen of verscherpt toezicht op marktactiviteiten of de distributie van goederen. Het feit dat er ook een persbericht werd opgesteld, suggereert dat de maatregelen ook voor het publiek van belang waren. F. v. d. Meer Marktwezen Politie WA