Beleidsplan/voorstel (handgeschreven).
Origineel
Beleidsplan/voorstel (handgeschreven). April 1945. April 1945
Plan van het Kringbestuur van
den Vakgroep Detailhandel in visch
in samenwerking met den Dienst
van het Marktwezen te Amsterdam
voor de vischvoorziening der stad
Amsterdam door middel van een
vischkaart met een spreiding over
de bevolking door middel van
kleurvariatie der vischkaarten.
Met het oog op het a.s. aalseizoen
en de te verwachten grootere
vischaanvoeren in de naaste
toekomst wordt het wenschelijk ge-
oordeeld om met het thans bestaande
systeem van vischverdeeling over
de bevolking, door middel van het
toewijzen van visch aan bedrijven
en instellingen, te breken en te
trachten de geheele bevolking van
de aanvoeren van visch te laten
profiteeren. Daarbij wordt uitgegaan
van het principe, dat de kleinhandel
in visch weer wordt ingeschakeld,
hetgeen, i.v.m. het instandhouden
der zaken na den oorlog, waaraan Het document is een beleidsvoorstel geschreven in de laatste maand van de Duitse bezetting in Nederland (de Hongerwinter liep ten einde).
De kern van het plan is een verschuiving in de distributiemethodiek:
1. Van instellingen naar burgers: Men wil af van het systeem waarbij vis enkel naar specifieke bedrijven en instellingen gaat. In plaats daarvan moet de gehele bevolking van Amsterdam weer toegang krijgen tot vis.
2. Introductie van de Vischkaart: Om dit eerlijk te laten verlopen, wordt een systeem met distributiebonnen ("vischkaarten") voorgesteld, waarbij kleurvariaties moeten helpen bij de logistieke spreiding.
3. Herstel van de detailhandel: Een belangrijk nevendoel is het reactiveren van de vishandelaren (de "kleinhandel"). Door hen weer in de keten op te nemen, hoopt men dat deze ondernemingen na de oorlog levensvatbaar blijven. Dit document is historisch saillant omdat het geschreven is in april 1945, exact de maand voor de bevrijding van West-Nederland. Amsterdam verkeerde op dat moment in een diepe voedselcrisis.
De referentie naar het "a.s. aalseizoen" (aanstaande aalseizoen) duidt op de hoop dat met het warmere voorjaarsweer de visserij op het IJsselmeer weer op gang zou komen, wat een cruciale bron van proteïne vormde voor de uitgehongerde stad. De schrijver van het document anticipeert duidelijk op de periode direct na de oorlog ("instandhouden der zaken na den oorlog"), wat getuigt van een optimistische blik op de aanstaande bevrijding.