Getypt rapport/instructieblad (pagina 7).
Origineel
Getypt rapport/instructieblad (pagina 7). Niet expliciet vermeld op deze pagina, maar op basis van spelling en context (distributiestelsel) te dateren in de periode 1940-1945 (Tweede Wereldoorlog). -7-
middagverkoop tusschen 4.00 en 5.00 uur n.m.
Wanneer desondanks niet alle opgeroepen klanten verschijnen,
houdt de vischhandelaar visch over. Dit mag onder geen beding plaats-
vinden.
Een mogelijkheid om dit te voorkomen, doch waaraan eveneens
groote bezwaren zijn verbonden, is, dat meer volgnummers worden aan-
gewezen, dan visch beschikbaar is. Op bovenvermelde uren vindt de
verkoop uitsluitend plaats voor de aangekondigde nummers. Wanneer
niet allen zijn geweest, wordt daarna aan de reeds tevoren geannon-
ceerde marge-nummers verkocht. Bezwaren: Bij slechte of kleine visch
(voorntjes e.d.) komen mogelijk de opgeroepen nummers niet en is het
denkbaar, dat ook niet alle margenummers opkomen. De handelaar zal
dan aan iedereen bij hem ingeschreven klant moeten kunnen verkoopen,
In geen geval mag hij visch overhouden, doch evenmin mag hij zonder
bon verkoopen, aangezien daardoor de geheele contrôle illusoir wordt.
Voorbeeld: Wanneer hij 50 pond visch heeft ontvangen, an-
nonceert hij: verkoop van 11 - 12 uur no.’s 1 - 100: daarna wanneer
nog visch over is aan de no.’s 101 - 125, 5 klanten tusschen no.’s
1 - 100 komen niet, dus hij levert dan nog aan de no.’s 108, 112,
115, 119 en 123. Doch welke nummers zal hij nu de volgende keer dat
hij visch krijgt toegewezen moeten annonceeren? Hieromtrent zijn
vooraf geen regelen te stellen; terzake zal de practijk moeten worden
afgewacht.
Er doet zich nog een andere moeilijkheid voor, namelijk met
de groote zoetwatervischsoorten en met de fijne vischsoorten. Groote
brasem, snoek, karper en kabeljauw, tarbot e.d. met gewicht tot 8 kg.
toe. Hiervoor zouden 32 bonnen noodig zijn. Een zoodanig aantal bon-
nen kan alleen door eenige klanten tesamen worden ingeleverd.
Om aan deze moeilijkheid te ontkomen, zouden wij U het
volgende stelsel willen voorstellen. Wat de fijne zeevischsoorten
betreft: De kleinhandelaar moet, zooals hij thans ook doet, deze
vischsoorten bewerken, zoodanig, dat ze in gedeelten of gefileerd
aan het publiek worden verkocht. Hij mag daarbij, zooals officieel
is voorgeschreven een bijzondere prijsberekening toepassen. Wat de
verantwoording van de bonnen betreft, moet hij zorgdragen, dat uit-
eindelijk de hem toegewezen visch met bonnen wordt verantwoord.
Bewerkt moet hij dus minder visch afleveren, dan waarop de bon recht-
geeft, echter zoodanig, dat het aantal bonnen ongeveer overeenkomt
met de hem op de Vischmarkt toegewezen niet bewerkte visch. De win-
kelier in vischmoet geacht worden hiertoe in staat te zijn. Wat de
zware soorten zoetwatervisch betreft: Bij deze soorten moet bij de Dit document beschrijft de bureaucratische uitdagingen van de visverkoop tijdens een periode van schaarste. Centraal staan drie problemen:
1. Verspilling en Overschotten: Het is de visboer streng verboden om vis over te houden (waarschijnlijk vanwege de bederfelijkheid en de strikte rantsoenering), maar het is lastig te voorspellen hoeveel klanten met een 'volgnummer' daadwerkelijk opdagen.
2. Marge-nummers: Om overschotten te voorkomen, wordt geëxperimenteerd met het oproepen van extra klanten (marge-nummers), wat weer logistieke onzekerheid creëert voor de volgende verkoopdag.
3. Grote vissen versus bonnen: Grote vissen (zoals snoek of kabeljauw tot 8 kg) vereisen zoveel distributiebonnen dat één individuele klant deze nooit alleen kan kopen. De oplossing die wordt aangedragen is het fileren en portioneren van de vis, waarbij de winkelier moet goochelen met de gewichtsverantwoording: het aantal ingeleverde bonnen moet corresponderen met het bruto gewicht van de onbewerkte vis die hij op de markt heeft ingekocht. Het document stamt uit de tijd van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze periode was bijna alles op de bon (distributiestelsel). Vis was een cruciaal onderdeel van de voedselvoorziening omdat vlees zeer schaars was.
De tekst illustreert de verstikkende regelzucht van de bezettingsjaren: de visboer staat onder constante "contrôle" en moet een complexe administratie bijhouden van volgnummers en bonnen. De spelling ("visch", "zooals", "practijk") is de vooroorlogse spelling-Marchant, die destijds de norm was. De vermelding van "de Vischmarkt" duidt op de centrale groothandelsplaats waar detailhandelaren hun toewijzing kregen. De toon is die van een ambtelijk advies of een handleiding voor inspecteurs/winkeliers.