Administratieve berekening en toelichting.
Origineel
Administratieve berekening en toelichting. Om 700.000 klanten aan 1/2 pond visch te helpen
moeten er $\frac{350.000}{122.000} = 2,8$ beurten zoetwatervisch
worden gegeven: 2,8 beurt = 2,8 x 17.440 pond =
48.832 pond. Bij 48.832 pond zw. visch worden
6 x 48.832 pond zeevisch toegewezen of 292.992 / =
9 beurten
Aantal te bedienen klanten.
| Enkele toew. zw. visch | Dubbele toew. zw. visch | 1 bon zeevisch |
|---|---|---|
| 40 pond | 80 pond | 100 pond |
| x 2,8 | x 2,8 | x 9 |
| 112 pond = | 224 = | 900 = |
| 224 klanten | 448 klanten | 1800 klanten |
Indien de aal alsnog zou worden aangevoerd, zou in deze verhouding niet veel wijziging komen, aangezien voor het allergrootste deel de kleinhandelaren met dubbele toew. zw. visch ook een dubbele toew. aal hebben, evenals die met een enkele toew. zw. visch een enkele toew. aal.
Geheel juist is het aantal klanten per handelaar echter niet te bepalen. De fijne zeevisch bijv. wordt uitsluitend toegewezen aan de winkeliers, die dit artikel vroeger ook verkochten. Het is onmogelijk om na te gaan hoeveel klanten deze winkeliers hiervoor meer moeten aannemen, dan hun collega’s, die geen fijne zeevisch ontvangen. Maar bovendien bestaat de mogelijkheid, dat plotseling zeer veel fijne zeevisch wordt aangevoerd. De betere winkeliers komen dan vaak aan de beurt en kunnen dus sneller hun klanten bedienen, dan de overigen. Hieromtrent moet evenwel de practijk maar eens worden afgewacht.
Zoals hierna nog nader zal blijken, is het toch niet mogelijk een zoodanige indeling te maken, dat alle kleinhandelaren op hetzelfde moment hun klanten hebben bediend en dus tot een nieuwe bonaanwijzing kan worden overgegaan. Hiervoor moet een zekere marge, een overgangstijd in acht worden genomen, waarin zoowel de oude als de nieuwe aangewezen bon geldig zullen zijn. Het document bevat een gedetailleerde berekening voor de distributie van vis aan een bevolkingsgroep van 700.000 mensen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'zoetwatervisch' (afgekort als zw. visch) en 'zeevisch'.
De schrijver berekent dat er 2,8 "beurten" zoetwatervisch nodig zijn om iedereen van een half pond te voorzien, waarbij één beurt blijkbaar gelijkstaat aan 17.440 pond. Voor zeevis ligt de verhouding hoger (6 op 1 ten opzichte van zoetwater), wat resulteert in 9 beurten.
De tekst benadrukt de praktische problemen van eerlijke distributie:
1. Historische rechten: Alleen winkeliers die vroeger "fijne zeevisch" verkochten, krijgen deze nu ook toegewezen.
2. Variabele aanvoer: Onvoorspelbaarheid in de aanvoer maakt het lastig om alle handelaren op hetzelfde tempo hun voorraad te laten verkopen.
3. Bon-beheer: Er wordt gepleit voor een overgangsperiode waarin zowel oude als nieuwe distributiebonnen geldig zijn om logistieke opstoppingen te voorkomen. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de wederopbouw of de late oorlogsjaren in Nederland (circa 1945-1949). In deze tijd was er sprake van een strikt distributiestelsel waarbij goederen alleen op de bon verkrijgbaar waren. De overheid reguleerde de toevoer naar de detailhandel om een eerlijke verdeling onder de bevolking te garanderen. Het handschrift en de terminologie (zoals "kleinhandelaren" en "bonaanwijzing") zijn typerend voor de ambtelijke logistiek van de Rijksbureaus die destijds de voedselvoorziening beheerden.