Ambtelijk rapport/memorandum (doorslag of concept).
Origineel
Ambtelijk rapport/memorandum (doorslag of concept). [...begin van de pagina is een voortzetting van de vorige...]
handelaren alle klanten hebben bediend.
Dit kan slechts worden opgevangen door bon 2
tijdig bekend te maken en daarbij te bepalen,
dat bon 1 eveneens nog geldig is.
Uiteindelijk maakt het, zooals hieronder
onder F zal blijken, voor de kooplieden weinig
uit, hoeveel klanten zij moeten bedienen. Het gaat
er slechts om, te voorkomen, dat er groote verschillen ontstaan
in het aantal klanten per kleinhandelaar, om te voor-
komen, dat een gedeelte der bevolking reeds voor de 2e
keer visch zou krijgen, terwijl in een ander gedeelte
der stad bon 1 nog niet volledig is gehonoreerd.
F. Bevoorrading van den handel
Aanvankelijk is gedacht aan een zelfde systeem
van bevoorrading, als bij de andere distributie-artikelen
gebruikelijk is. Dit stelsel zou evenwel de bestaande
verdeeling op de Vischmarkt volkomen in de war
sturen. De bevoorrading zou dan nl. moeten plaats-
vinden op basis van de bij de Distributiedienst
ingeleverde bonnen. Hierbij zijn verschuivingen
mogelijk, hetgeen tot gevolg zou hebben, dat
steeds wisselende hoeveelheid visch op de V.M. zouden
moeten worden afgewogen. Dit geeft technisch groote
bezwaren, nog afgezien van de groote administratieve
beslommeringen, welke aan dit stelsel zijn verbonden
en waartegen het beperkte personeel op de V.M. stellig
niet is opgewassen.
Het is naar onze meening echter in het geheel
niet noodig, dat bovenstaand stelsel wordt inge-
voerd. Voor de bevoorrading van den handel kan
zonder meer gebruik gemaakt blijven van de
bestaande verdeelregeling op de Vischmarkt. Het
gaat er slechts om, dat de op de V.M. uitgegeven visch
door bonnen wordt verantwoord, hetgeen kan
plaatsvinden, doordat de Distributiedienst aan
den Dienst M.W. telkens mededeelt de
hoeveelheid bonnen, welke de kleinhandelaar
van elke party visch heeft ingeleverd. De controle
op de V.M. kan achteraf nagaan of dit stemt met
de hoeveelheid toegewezen visch. De kleinhande-
laar moet worden verplicht zijn bonnen steeds
den dag, volgende op zijn toewijzing, bij den
Distrib. dienst in te leveren. De tekst beschrijft een organisatorisch probleem bij de verdeling van vis tijdens een periode van schaarste (rantsoenering). De kernpunten zijn:
- Geldigheid van bonnen: Om te voorkomen dat mensen zonder vis komen te zitten terwijl anderen al een tweede portie krijgen, wordt voorgesteld om 'bon 1' langer geldig te laten blijven naast de nieuwe 'bon 2'.
- Logistieke efficiëntie: Men wilde eerst een standaard distributiesysteem invoeren (vooraf inleveren van bonnen om voorraad te krijgen), maar voor vis bleek dit onpraktisch. Vis is een versproduct en de weegcapaciteit op de Vischmarkt (V.M.) was onvoldoende om steeds wisselende hoeveelheden per handelaar af te handelen.
- Oplossing: Men stelt voor om de bestaande verdeelsleutel op de markt te behouden en de controle achteraf te doen. Handelaren krijgen hun vis en moeten de dag erna de bijbehorende bonnen inleveren bij de Distributiedienst ter verantwoording. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze jaren was vrijwel alles op de bon (distributiestelsel). Vis was een lastig product in dit systeem omdat de aanvoer onregelmatig was (door het verbod op uitvaren van de vloot) en het product snel bedierf.
De afkorting V.M. staat voor Vischmarkt. De Dienst M.W. zou kunnen verwijzen naar een gemeentelijke dienst (mogelijk Marktwezen). De discussie in dit document toont de spanning aan tussen de bureaucratische noodzaak van controle (bonnen) en de praktische realiteit van de handel in bederfelijke waren.