Handgeschreven concept of notitie (mogelijk ambtelijk).
Origineel
Handgeschreven concept of notitie (mogelijk ambtelijk). Noot: Doorhalingen zijn weergegeven met een streep; tussenvoegingen staan tussen haakjes.
[Rechtsboven: 11 en onduidelijke krabbel "twee, drie, twee"]
Indien meer dan ~~een~~ (twee)
handelaaren van een groep van
standplaatshouders afvallen
kan worden overwogen om
de toewijzing van een van hen over
te schrijven op een in de buurt
gevestigde vischwinkelier.
Wanneer een winkelier zou
uitvallen, zou kunnen worden
overwogen om de toewijzing
op zijn vrouw of andere
familieleden over te schrijven,
teneinde de winkel in stand
te houden; wanneer geen rem-
plaçant aanwezig zou zijn, zou
de toewijzing op de naastbij-
zijnde vischwinkel kunnen
worden overgeschreven.
Aangezien zich thans ge-
vallen voordoen van winkeliers,
die voor werk in het buiten-
land zijn uitgezonden, stellen
wij ons voor, ~~hieromtrent~~
zoo spoedig mogelijk een
~~hierover~~ rapport te zenden,
waarin ~~wat~~ op deze De tekst betreft een ambtelijk voorstel over de continuïteit van de visdetailhandel. Het kernprobleem is het 'afvallen' van standplaatshouders en winkeliers. Er worden drie scenario's geschetst:
1. Bij het wegvallen van meerdere handelaren uit een groep kan de vergunning/toewijzing worden overgedragen aan een nabijgelegen viswinkelier.
2. Bij het wegvallen van een individuele winkelier krijgt de familie (echtgenote of andere leden) voorrang om de zaak voort te zetten.
3. Indien er geen vervanger (remplaçant) is, gaat de toewijzing naar de dichtstbijzijnde viswinkel.
De tekst getuigt van een pragmatische, bureaucratische aanpak om de distributieketen (visvoorziening) in stand te houden bij personele uitval. De cruciale passage in dit document is de verwijzing naar winkeliers die "voor werk in het buitenland zijn uitgezonden". In de context van de Nederlandse geschiedenis duidt dit vrijwel zeker op de periode van de Duitse bezetting (1940-1945) en de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling).
Wanneer winkeliers werden opgeroepen om in Duitsland te gaan werken, ontstonden er gaten in de voedselvoorziening en de lokale economie. Dit document laat zien hoe de Nederlandse bureaucratie (waarschijnlijk een gemeentelijke marktorganisatie of een bedrijfschap) probeerde deze gaten op te vullen door vergunningen en "toewijzingen" flexibel over te dragen aan achterblijvers of naburige winkels, om zo de visverkoop voor de bevolking te waarborgen. Bedrijfschap