Getypt verslag van een vergadering of beleidsnotitie (pagina 3).
Origineel
Getypt verslag van een vergadering of beleidsnotitie (pagina 3). -3-
Inschrijving der klanten bij de kleinhandelaren.
Er zijn ± 350 versche-vischhandelaren en 700.000 klanten.; dit zou per handelaar 2000 klanten = 500 gezinnen zijn, indien elke handelaar dezelfde toewijzing ontvangt; dit is evenwel niet het geval.
Men acht het practisch niet mogelijk, dat de straatkooplieden een klantenlijst bijhouden. Weersomstandigheden; bovendien kunnen vele handelaren vrijwel niet schrijven.
Heer Lammers: men met ermee rekening houden, dat de handelaren tusschen 25 en 45 jaar voor den arbeidsinzet zullen worden opgeroepen. Dit zal bij de verdeeling groote veranderingen met zich brengen en dus ook bij de distributie onder de bevolking.
Mr.Bart: stelt voor aan de inschrijvingskaart 6 bonnetjes te doen drukken; de klantenlijst is dan niet meer noodig.
Heer Van Meurs: dit is niet mogelijk, aangezien dan nog de rijvorming niet wordt voorkomen en daar gaat het juist mede om. Het publiek zal dan tientallen keeren naar de markten moeten gaan om te zien of het al visch kan krijgen.
Mr.Bart: dan moet de klantenlijst gehandhaafd blijven, doch niet met namen, doch alleen nummers. De kleinhandelaren worden genummerd van 1 - 350 en elke handelaar geeft zijn klanten in volgorde een ondernummer. Dus kleinhandelaar no.1 geeft ondernummers bijv. 500; deze nummers komen op de inschrijvingskaarten, dus 1/1, 1/2, 1/3 enz. tot 500. Wanneer hij een vischtoewijzing heeft gekregen, kondigt hij op een bord aan, dat dien dag aan de beurt zijn de no's 1/1 t/m 1/40 enz. Wanneer bon 1 aan de beurt is, moet deze koopman dus 40 bonnetjes no.1 inleveren.
De Inspecteur: acht dit stelsel onmogelijk. Stel dat men eens in de 2 à 3 maanden aan de beurt zou komen en men moet kleine voorntjes nemen! Het gemiddeld publiek neemt deze vischsoort niet, evenmin als kleine schar. Bepaalde incourante vischsoorten moeten van distributie worden uitgesloten. Het aantal te bedienen klanten per toewijzing moet ruim worden genomen, aangezien er altijd menschen weg blijven. Als een handelaar voor 25 klanten visch heeft, zal hij moeten aankondigen: van 1 t/m 25 à 30. Wat gebeurt er met de klanten, wanneer de koopman wordt gestraft of naar het buitenland moet? Deze klanten zullen dan op andere kooplieden in dezelfde buurt moeten worden overgeschreven. Moeten deze kooplieden dan ook de toewijzing van de verdwenen kooplieden overnemen? Dit geeft evenwel moeilijkheden met de indeeling der toewijzingen op de Vischmarkt! De kooplieden kunnen hamelijk op de Vischmarkt niet herbevoorraad Het document werpt licht op de complexe bureaucratische uitdagingen van de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog. In een grote stad (mogelijk Den Haag of Amsterdam, gezien het aantal van 700.000 klanten) probeert men de distributie van verse vis te reguleren.
De kern van de discussie is de efficiëntie versus de menselijke maat. Enerzijds zijn er logistieke problemen: veel straathandelaren zijn laaggeletterd en kunnen geen administratie bijhouden. Anderzijds zijn er externe factoren zoals de 'arbeidsinzet' (gedwongen tewerkstelling in Duitsland), waardoor handelaren plotseling kunnen verdwijnen, wat het systeem ontwricht.
Er wordt gedebatteerd over een nummersysteem om 'rijvorming' (lange wachtrijen) te voorkomen. De Inspecteur is echter sceptisch: hij wijst op de onvoorspelbaarheid van de aanvoer (incourante vissoorten zoals voorns en schar die mensen niet willen) en het risico dat klanten maanden moeten wachten op een kleine hoeveelheid ongewenste vis. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Gedurende deze tijd was er een strikt distributiestelsel van kracht voor bijna alle eerste levensbehoeften.
- Arbeidsinzet: De opmerking van Heer Lammers over mannen tussen 25 en 45 jaar die worden opgeroepen, verwijst naar de gedwongen tewerkstelling in de Duitse oorlogsindustrie, wat vanaf 1942 op grote schaal plaatsvond.
- Distributie: Vis was een belangrijk maar schaars onderdeel van het dieet, zeker toen vlees steeds minder beschikbaar kwam. De genoemde 'Vischmarkt' verwijst waarschijnlijk naar een centrale groothandelsmarkt waar kleinhandelaren hun toewijzingen ophaalden.
- Taalgebruik: Het gebruik van de 'oude spelling' (zoals 'visch', 'practisch', 'noodig') is kenmerkend voor de officiële taal van die tijd. Typos in het origineel (zoals "men met" voor "men moet" en "hamelijk" voor "namelijk") wijzen op een snel getypt verslag van een mondeling overleg. Heer Lammers Mr. Bart Heer Van Meurs De Inspecteur.