Circulaire/officiële brief.
Origineel
Circulaire/officiële brief. 12 juli 1943. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
ADELHEIDSTRAAT 300 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 - TELEGRAMADRES: NEDVISCEN - TELEFOON 720080 - INTERCOMM. XX
VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE EN VISCHVERVOER TELEFOON 720060, TOESTEL 674, EN 722641
Afd. Verd. № 18159/354. 's-Gravenhage, 12 Juli 1943.
Betreffende: vischaanvoer.
No. 46/251/1 M. 1943 14/7 [stempel en handgeschreven in blauw/rood]
A A N
De directeuren van vischafslagen rond het IJsselmeer.
Aan de agenten van de N.V.C. rond het IJsselmeer.
Het zal U bekend zijn, dat de vischaanvoeren rond het IJsselmeer, speciaal van aal en paling, gedurende de laatste maanden uitermate gering zijn geweest. Dit is eenerzijds te wijten aan de schrale vangsten, doch anderzijds zijn er tal van teekenen, die er op wijzen, dat aanmerkelijke hoeveelheden in den sluikhandel verdwijnen.
Aangezien ons bekend is geworden, dat binnenkort uitermate strenge maatregelen zullen worden genomen tegen visschers, die niet op regelmatige wijze afleveren, of van wie vermoed wordt, dat zij niet op regelmatige wijze afleveren, verzoekt de Nederlandsche Visscherijcentrale U de visschers nog eens voor een laatste maal te waarschuwen hun vangsten op de afslagen af te leveren. Zou blijken, dat dit nog niet helpt, dan dient men er rekening mede te houden, dat niet zal worden geaarzeld, de schepen van de overtreders zonder meer aan de ketting te leggen, met alle gevolgen van dien.
In dit verband zal ook worden nagegaan, in hoeverre de hoeveelheden aan de afslagen aangevoerde visch in een redelijke verhouding staan tot de verstrekte hoeveelheden motorbrandstof en andere distributiegoederen.
Wij vertrouwen, dat de visschers, en dit in hun eigen belang, deze laatste waarschuwing ter harte zullen nemen en alle op het IJsselmeer gevangen visch aan de afslagen zullen afleveren.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handtekening]
Secretaris.
(A) 23362 - '42 - K 983
Kr/Mu.
[Rechtsonder handgeschreven: 46 A] Dit document is een officiële dreigbrief van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) gericht aan de vissers rond het IJsselmeer, via de lokale afslagdirecteuren. De kernboodschap is een "laatste waarschuwing" met betrekking tot de haperende visaanvoer, met name van aal en paling.
De NVC constateert dat de officiële aanvoercijfers laag zijn. Hoewel "schrale vangsten" als reden worden erkend, legt de brief de nadruk op de "sluikhandel" (zwarte markt). De toon is autoritair en dreigend:
1. Sancties: Er wordt expliciet gedreigd met het "aan de ketting leggen" van vissersschepen.
2. Controle op productiemiddelen: De NVC dreigt de brandstoftoewijzing te koppelen aan de geleverde hoeveelheid vis. Wie brandstof verbruikt maar geen vis levert bij de officiële afslag, wordt als verdacht aangemerkt.
3. Retoriek: De maatregelen worden gepresenteerd als zijnde "in het eigen belang" van de vissers, een typische bureaucratische formulering om medewerking af te dwingen onder druk van de bezetter. De brief dateert van juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening stond onder strikte controle van de bezetter via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een overheidsorgaan dat de visserijsector moest reguleren om de Duitse (en in mindere mate de Nederlandse) voedselbehoefte te dekken.
In deze periode was de schaarste groot, waardoor de zwarte markt ("sluikhandel") floreerde. Vissers konden vaak veel hogere prijzen krijgen buiten de officiële afslagen om. De bezetter en de collaborerende instanties probeerden dit met harde hand te onderdrukken. De IJsselmeervisserij was cruciaal vanwege de hoge voedingswaarde van vette vis zoals paling.
Het dreigen met het intrekken van "motorbrandstof" was een zeer effectief pressiemiddel, aangezien brandstof op de bon was en zonder toewijzing van de overheid de vloot stil zou komen te liggen. Het document illustreert de constante strijd tussen de bezettingsadministratie en de bevolking die probeerde de controle te omzeilen.