Archiefdocument
Origineel
3 augustus 1943 Onbekend (mogelijk een collega of direct leidinggevende van de genoemde H. Overdiek). Amsterdam 3 Aug. 1943
WelEdHeer
A.N. de Heer
Insp. Marktwezen
Amsterdam
Bij het bombardement
in Amsterdam Noord, is een
gezin getroffen van H.J. Overdiek
man, vrouw en zes kinderen. -
Vrouw met 5 kinderen zijn
hierbij om het leven gekomen.
Deze Overdiek was een zoon
van een broer van H. Overdiek
die bij ons in de verdeeling is.
Deze H. Overdiek heeft zich natuurlijk
over dat gezin moeten ontfermen,
en dat zesde kind heeft hij gebracht
naar familie te Oldebroek.
Hoofdzakelijk is hij een paar dagen
weg geweest. Hierdoor is zijn
beurt overgeslagen voor spiering
en gerookte visch. Ik stel U voor
deze toewijzingen alsnog te geven.
Hoogachtend
[onleesbare handtekening]
Acc:
[paraaf] uitvoeren De brief schetst een tragisch beeld van de gevolgen van de bombardementen op Amsterdam-Noord in juli 1943. De centrale figuur is H. Overdiek, die werkzaam is bij de visverdeling ("in de verdeeling").
Zijn neef, H.J. Overdiek, verloor bij het bombardement zijn vrouw en vijf van zijn zes kinderen. De briefschrijver legt uit dat H. Overdiek (de medewerker) noodgedwongen verstek moest laten gaan op zijn werk om zorg te dragen voor zijn neef en om het enige overlevende kind naar familie in Oldebroek te brengen.
Vanwege deze afwezigheid heeft hij zijn rantsoen/toewijzing van "spiering en gerookte vis" gemist. De brief is een formeel verzoek aan de Inspecteur van het Marktwezen om coulant te zijn. De aantekening onderaan "Acc: [paraaf] uitvoeren" bevestigt dat dit verzoek is goedgekeurd. In juli 1943 werd Amsterdam-Noord drie keer getroffen door geallieerde bombardementen (17, 25 en 28 juli). Het doel was de Fokker-fabrieken, maar door navigatiefouten en slecht zicht vielen de bommen op woonwijken zoals de Vogelbuurt en de IJ-pleinbuurt. Er vielen meer dan 200 doden.
Dit document laat de directe impact op individuele burgers zien: niet alleen de dood en vernietiging, maar ook de bureaucratische gevolgen in een tijd van schaarste en rantsoenering. Zelfs na een dergelijke tragedie moest er officieel gecorrespondeerd worden over het recht op een extra portie vis. De evacuatie van het overlevende kind naar Oldebroek is typerend voor de oorlog; kinderen uit de stad werden vaak naar het platteland gestuurd voor veiligheid en betere voedselvoorziening. A.N. de Heer H. Overdiek H.J. Overdiek Marktwezen
Samenvatting
De brief schetst een tragisch beeld van de gevolgen van de bombardementen op Amsterdam-Noord in juli 1943. De centrale figuur is H. Overdiek, die werkzaam is bij de visverdeling ("in de verdeeling").
Zijn neef, H.J. Overdiek, verloor bij het bombardement zijn vrouw en vijf van zijn zes kinderen. De briefschrijver legt uit dat H. Overdiek (de medewerker) noodgedwongen verstek moest laten gaan op zijn werk om zorg te dragen voor zijn neef en om het enige overlevende kind naar familie in Oldebroek te brengen.
Vanwege deze afwezigheid heeft hij zijn rantsoen/toewijzing van "spiering en gerookte vis" gemist. De brief is een formeel verzoek aan de Inspecteur van het Marktwezen om coulant te zijn. De aantekening onderaan "Acc: [paraaf] uitvoeren" bevestigt dat dit verzoek is goedgekeurd.
Historische Context
In juli 1943 werd Amsterdam-Noord drie keer getroffen door geallieerde bombardementen (17, 25 en 28 juli). Het doel was de Fokker-fabrieken, maar door navigatiefouten en slecht zicht vielen de bommen op woonwijken zoals de Vogelbuurt en de IJ-pleinbuurt. Er vielen meer dan 200 doden.
Dit document laat de directe impact op individuele burgers zien: niet alleen de dood en vernietiging, maar ook de bureaucratische gevolgen in een tijd van schaarste en rantsoenering. Zelfs na een dergelijke tragedie moest er officieel gecorrespondeerd worden over het recht op een extra portie vis. De evacuatie van het overlevende kind naar Oldebroek is typerend voor de oorlog; kinderen uit de stad werden vaak naar het platteland gestuurd voor veiligheid en betere voedselvoorziening.