Getypte brief/memorandum (doorslag) met handgeschreven correcties en toevoegingen.
Origineel
Getypte brief/memorandum (doorslag) met handgeschreven correcties en toevoegingen. - 2 -
de geevacueerden behoorende in geen andere omstandigheden
verkeert dan de zeer talrijke geevacueerde uit andere
plaatsen en da~~t~~^n het gros van de Amsterdamsche bevolking,
^heeft de bewuste personen welke ook geen vaste leverancier hebben. Zij kunnen zich
op de markten voorzien, waar ieder koopen kan.
Een speciale maatregel voor personeel van Bijzondere
Economische Zaken is mijns inziens niet noodig en in verband
met consequenties ook niet gewnescht. Ik moge er hierbij nog
op wijzen, dat door een dergelijke regeling een bijzondere
bevoorrechting van een kleinhandelaar zou plaats vinden.
De Directeur,
[Handtekening/Paraaf in rode inkt] De tekst is een ambtelijk schrijven waarin een verzoek om een speciale regeling voor personeel van de dienst "Bijzondere Economische Zaken" wordt afgewezen. De auteur (de Directeur) voert de volgende argumenten aan:
1. Gelijkheidsbeginsel: Geëvacueerden en de rest van de Amsterdamse bevolking bevinden zich in dezelfde positie; zij hebben vaak geen vaste leverancier en zijn aangewezen op de vrije markt.
2. Geen noodzaak: Er is geen reden om voor eigen personeel een uitzondering te maken.
3. Vrees voor precedentwerking: De term "consequenties" suggereert dat men bang is voor een aanzuigende werking van andere groepen die ook speciale behandeling zouden willen.
4. Marktverstoring: Een dergelijke regeling zou een specifieke kleinhandelaar onterecht bevoordelen.
In de tekst is een opvallende typefout te zien: "gewnescht" in plaats van "gewenscht". De handgeschreven correcties (zoals de 'n' boven 'dat' en de toevoeging over 'de bewuste personen') wijzen op een redactionele slag voordat het document definitief werd gearchiveerd of verzonden. Het document stamt zeer waarschijnlijk uit de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). De dienst "Bijzondere Economische Zaken" hield zich in die tijd intensief bezig met de distributie van schaarse goederen, voedselvoorziening en prijsbeheersing. Amsterdam kampte gedurende de oorlog met een enorme toename van geëvacueerden uit andere delen van het land (bijvoorbeeld na bombardementen of de inundatie van de polders).
De schaarste was zo groot dat de overheid streng moest waken tegen "bevoorrechting". Dat zelfs voor personeel van de economische controlediensten geen uitzondering werd gemaakt, illustreert de precaire balans die de directie probeerde te houden om sociale onrust en corruptie tegen te gaan. De vermelding van "de markten" waar "ieder koopen kan" suggereert een fase in de oorlog waarin er nog enige vrije handel was, of doelt op de distributiemarkten.