Handgeschreven brief (recto).
Origineel
Handgeschreven brief (recto). 12 augustus 1943. K.A. Goldstein, 1e Helmersstraat 81 III, Amsterdam (W). [Bovenaan links, stempel/pen:] No. 46A/272/1 M. 1943 $^{14}/_{J}$
[Bovenaan rechts, onderstreept:] 74
Amsterdam 12 - 8 1943.
Wel Edele Heer Direkteur [Rechtsboven de aanhef:] Exp. [?] p.i.
Naar aanleiding Ondergetekende nog steeds
niet zijn Erkenning van Vish heeft ontvangen
wou ik u beleefd vragen wat voor een
Formulier ik toen des tijds in de Visscherijcentrale
heb geteekend daar ik deze bewijzen
noodig heb zou ik gaarne bericht van
u terug ontvangen.
In Dankbare Afwachting
u.d.w. [uw dienstwillige] K A Goldstein
1e Helmersstraat 81 III
Amsterdam (W.).
[Aantekening in ander handschrift onder de handtekening:]
telef. afgeven
zal zich
nader met
W.V.C. verstaan
8 [of S]
[Onderaan rechts in potlood:] 46A * Inhoud: De afzender, K.A. Goldstein, verzoekt om informatie over een document dat hij eerder heeft getekend bij de Visserijcentrale. Hij heeft zijn "Erkenning van Vish" (vismachtiging) nog niet ontvangen en geeft aan deze bewijzen dringend nodig te hebben.
* Taal en handschrift: Het document is geschreven in een verzorgd, rechtopstaand cursief schrift. De spelling is conform de tijd ("des tijds", "geteekend", "noodig"), inclusief een kleine spelfout ("Vish" in plaats van "Vis").
* Ambtelijke verwerking: De brief is voorzien van een dossiernummer en een handgeschreven kanttekening. Deze aantekening suggereert dat de zaak telefonisch is afgehandeld of dat de betrokkene zich rechtstreeks tot de "W.V.C." (mogelijk een afkorting voor een specifieke afdeling binnen de Visserijcentrale) moest wenden. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De distributie van voedsel, waaronder vis, was strikt gereguleerd via een systeem van vergunningen en erkenningen door instanties zoals de Visserijcentrale.
De historische context van de afzender is aangrijpend: uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Karel Abraham Goldstein op het vermelde adres (1e Helmersstraat 81-III) woonde. Als Joodse Amsterdammer was zijn positie in augustus 1943 uiterst precair. Het feit dat hij informeert naar een officiële erkenning voor vishandel wijst op een poging om zijn professionele of economische status te behouden in een periode waarin Joden systematisch uit het openbare en economische leven werden verstoten. Slechts enkele weken na het schrijven van deze brief, in september 1943, werd K.A. Goldstein gedeporteerd naar Auschwitz, waar hij werd vermoord. De brief is daarmee een zeldzaam ego-document van een bureaucratische strijd om overleving kort voor zijn deportatie. K.A. Goldstein