Handgeschreven brief/memo op een gescheurd vel papier.
Origineel
Handgeschreven brief/memo op een gescheurd vel papier. 17 september 1943. J. de Haan. A’dam 17-9-43.
WelEdHeer
N.H. Mauer!
Ik heb met het uitpakken
van de visch van Lankhorst
wel een paar zeeltjes gezien,
maar geen 10 pond.
Daar ze niet op de nota ston-
den heb ik die paar zeeltjes
door de blei heengedaan.
Hij brengde 57 pond blei
en ik heb verkocht 59 pond
blei, meer was er niet
en anders kan ik er niets meer
aan doen. Het is de schuld van
Lankhorst zelf. -
Hoogachtend
J. de Haan
[In de linkerbenedenhoek, later toegevoegd in een ander handschrift:]
Voor afdoening
zie rapport Ph. Stap
1-10-43
de Haan Het document is een zakelijke, doch verdedigende verklaring over een administratieve onregelmatigheid. De afzender, J. de Haan, legt uit waarom de verkochte hoeveelheid "blei" (een zoetwatervis) afwijkt van de ingekochte hoeveelheid op de bon.
De belangrijkste elementen zijn:
* De onregelmatigheid: Er zaten zeeltjes in de levering die niet op de factuur (nota) vermeld stonden.
* De oplossing: Omdat het geen 10 pond was maar slechts "een paar", heeft De Haan deze bij de blei gevoegd.
* De bewijsvoering: Hij toont aan dat de 57 pond aangevoerde blei plus de extra zeeltjes resulteerde in 59 pond verkochte vis.
* De toon: De afzender legt de schuld expliciet bij de leverancier (Lankhorst) om zichzelf in te dekken tegen beschuldigingen van fraude of slordigheid. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting (september 1943). In deze tijd was voedsel schaars en de handel strikt gereguleerd door distributiewetten en prijsbeheersing. Vissoorten zoals blei en zeelt waren belangrijk voor de voedselvoorziening, maar handelaren stonden onder streng toezicht van instanties zoals de Crisis Controle Dienst (CCD).
Een verschil van twee pond vis kon al leiden tot verdenking van zwarte handel. De brief is daarom waarschijnlijk gericht aan een controleur of een overste (Mauer) om een eventueel boeterapport of onderzoek voor te zijn. De aantekening linksonder bevestigt dat de kwestie op 1 oktober 1943 administratief is afgehandeld ("afdoening") na indiening van een aanvullend rapport.
Samenvatting
Het document is een zakelijke, doch verdedigende verklaring over een administratieve onregelmatigheid. De afzender, J. de Haan, legt uit waarom de verkochte hoeveelheid "blei" (een zoetwatervis) afwijkt van de ingekochte hoeveelheid op de bon.
De belangrijkste elementen zijn:
* De onregelmatigheid: Er zaten zeeltjes in de levering die niet op de factuur (nota) vermeld stonden.
* De oplossing: Omdat het geen 10 pond was maar slechts "een paar", heeft De Haan deze bij de blei gevoegd.
* De bewijsvoering: Hij toont aan dat de 57 pond aangevoerde blei plus de extra zeeltjes resulteerde in 59 pond verkochte vis.
* De toon: De afzender legt de schuld expliciet bij de leverancier (Lankhorst) om zichzelf in te dekken tegen beschuldigingen van fraude of slordigheid.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting (september 1943). In deze tijd was voedsel schaars en de handel strikt gereguleerd door distributiewetten en prijsbeheersing. Vissoorten zoals blei en zeelt waren belangrijk voor de voedselvoorziening, maar handelaren stonden onder streng toezicht van instanties zoals de Crisis Controle Dienst (CCD).
Een verschil van twee pond vis kon al leiden tot verdenking van zwarte handel. De brief is daarom waarschijnlijk gericht aan een controleur of een overste (Mauer) om een eventueel boeterapport of onderzoek voor te zijn. De aantekening linksonder bevestigt dat de kwestie op 1 oktober 1943 administratief is afgehandeld ("afdoening") na indiening van een aanvullend rapport.