Getypte brief op officieel briefpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier. 25 september 1943. (228
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
AFDEELING Alg. Zaken
BETREFFENDE vestigings-
vergunning
'S-GRAVENHAGE, 25 Sept. 1943.
BERICHT OP SCHRIJVEN
BIJ ANTWOORD VERMELDEN 23372-A.Z./H.
BIJLAGEN ............ STUKS, T.W. ............
Den Heer Directeur van het
Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM.-
No. 46A/290/ M. 1943 2/9
Hierbij deelen wij U mede, dat de
Nederlandsche Visscherijcentrale een aanvrage
bereikte van N. Posthumius, Niersstraat 8 hs.
te Amsterdam, tot verkrijging van een vergun-
ning voor het vestigen van een vischwinkel.
Volgens mededeeling van den Heer
Posthumius heeft hij sedert 1926 een visch-
winkel gehad in een perceel in de Vaartstraat,
welke door omstandigheden werd opgeheven.
Voorts heeft hij zich bij de Neder-
landsche Visscherijcentrale aangemeld als win-
kelier en standplaatshouder en is georganiseerd
als kleinhandelaar in visch.
Gaarne zullen wij van U vernemen of
de Heer Posthumius in het bezit is van een toe-
wijzing van visch en zoo ja, welke, terwijl wij
U verzoeken die gegevens te willen verstrekken,
welke U, in verband met bovenvermelde aanvrage,
noodzakelijk acht.
Tevens wordt U verzocht te berichten
of er Uwerzijds bezwaren bestaan tegen de vesti-
ging van een vischwinkel te Amsterdam door boven-
genoemden aanvrager.
z.o.z. 46A
ADELHEIDSTRAAT 300, 'S-GRAVENHAGE — POSTGIROREKENING 245271 — TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
TELEFOON 720080 EN 772162, INTERCOMM. XX. VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE 722641
(A) 40710 - 20000 - 12 - '42 - V.V.O. 1001 - K 983 Deze brief vormt een formeel verzoek om informatie tussen twee instanties. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) vraagt aan de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam of er bezwaren zijn tegen het openen van een nieuwe viswinkel door N. Posthumius. Tevens wordt gevraagd of de aanvrager reeds beschikt over een officiële toewijzing van vis (een distributievergunning).
Het document getuigt van de bureaucratische controle op de economie tijdens de bezettingsjaren. Voor het starten van een onderneming was niet alleen vakbekwaamheid nodig, maar ook goedkeuring van centrale controle-organen die de schaarse goederen (zoals vis) verdeelden. Posthumius probeert hier zijn eerdere ervaring (sinds 1926) te gebruiken om een nieuwe vergunning te verkrijgen voor zijn locatie aan de Niersstraat. De brief is gedateerd in september 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een organisatie die door de bezetter was ingesteld (of onder toezicht stond) om de gehele vissector te reguleren, van de vangst tot de distributie aan de consument.
In deze fase van de oorlog was er sprake van grote schaarste en een streng distributiesysteem. Niemand kon zomaar een winkel openen zonder dat er gegarandeerd kon worden dat er voorraad (in dit geval vis) aan die winkel werd toegewezen. De "omstandigheden" waardoor de eerdere winkel in de Vaartstraat werd opgeheven, kunnen duiden op de economische malaise of specifieke oorlogsmaatregelen die veel kleine ondernemers troffen. De correspondentie met de Jan van Galenstraat (de locatie van de Centrale Markthallen in Amsterdam) is logisch, aangezien daar de centrale controle op de Amsterdamse voedselvoorziening plaatsvond.