Archiefdocument
Origineel
[Bovenaan links]
No. 46^A / 294 / 1 M. 1943 ^20/9
[Bovenaan midden, handgeschreven]
3 X
[Bovenaan rechts, handgeschreven]
Markten
mr. Dui [?]
[Rechtsonder annotaties]
30 September 1943.
[Onder referentienummer links]
L.M.
746 - 1943 -
[Tekstlichaam]
Hierbij moge ik Uw aandacht voor het navolgende vragen.
Met het doel hier ter stede een ruimeren aanvoer van visch te ver-
krijgen, werden dezerzijds in 1942 besprekingen gevoerd met den Directeur
der Nederlandsche Visscherij Centrale. Deze leidden tot volkomen over-
eenstemming, hetgeen tot resultaat had, dat in Mei van dat jaar, nadat
ik mij met het toegezonden concept had vereenigd, door de Nederlandsche
Visscherij Centrale het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbe-
sluit 1941, bevattende een regeling voor de vischvoorziening van de ge-
meente Amsterdam, werd vastgesteld. Hierin werd o.m. bepaald, dat de
aanvoer van visch te Amsterdam uitsluitend mocht plaats hebben aan den
gemeentelijken afslag, waar de visch zou worden verdeeld onder de daar-
voor in aanmerking komende kleinhandelaren, door een daartoe door mij
aan te wijzen commissie. Deze kleinhandelaren waren verplicht de hun toe-
gewezen visch, indien zij winkeliers waren, in hun winkel te verkoopen,
terwijl de vischventers en marktkooplieden dat, krachtens mijn aanwijzing,
op markten moesten doen.
In plaats van den mij door voornoemden Directeur in uitzicht gestel-
den aanvoer van 100.000 pond visch per week (de zeevisch daarin niet
begrepen) bleek de aanvoer in de practijk veel geringer te zijn. De visch
werd op behoorlijke wijze onder het publiek gebracht, o.a. doordat er
strenge contrôle werd uitgeoefend en op overtredingen door mij [handgeschreven correctie over typoscript] rigou-
reuze straffen waren gesteld.
Den 25sten September j.l. ontving ik een schrijven van meergenoemden
Directeur, gedateerd 23 September, waaruit ik moest vernemen, dat met
ingang van 27 September de bestaande regeling verviel en vervangen werd
door een andere, waarvoor het Uitvoeringsbesluit reeds bij den brief
was gevoegd.
Het heeft mij buitengewoon onaangenaam getroffen, dat de Directeur
der Nederlandsche Visscherij Centrale, die vóór de tot standkoming van
het Tweede Uitvoeringsbesluit daarover voortdurend overleg met gemeente-
lijke instanties heeft gepleegd, dit thans klaarblijkelijk overbodig oor-
deelde.
Daar ik bij het treffen van maatregelen tot het brengen van een
primair volksvoedsel onder de bevolking geheel uitgeschakeld ben, kan
ik U niet verhelen, dat medewerking bij de uitvoering er van voor mij
onmogelijk wordt.
Nu vernam ik voor de eerste maal uit het bovenaangehaald schrijven
van den Directeur der Nederlandsche Visscherij Centrale, dat het thans
vervallen Tweede Uitvoeringsbesluit voor mijn Gemeente in vele opzichten
niet voldeed.
Voorts voert de Directeur der meergenoemde Centrale, om de ondoel-
treffendheid van de huidige regeling aan te toonen, aan, dat het bij
den Secretaris-Generaal van het
Departement van Landbouw en
Visscherij, te
’S-G R A V E N H A G E * Conflict over bevoegdheid: De kern van het document is een formeel protest tegen de centralisatie van de macht. De auteur (waarschijnlijk de Burgemeester van Amsterdam) beklaagt zich erover dat de lokale gemeente "geheel uitgeschakeld" wordt bij de distributie van vis, ten gunste van besluiten genomen door de centrale autoriteiten in Den Haag.
* Voedseldistributie: De brief onthult specifieke details over de distributieketen: aanvoer via de gemeentelijke afslag, verplichte verkoop via winkels, en toewijzing aan marktkooplieden via een speciale commissie.
* Tekorten: Het document bevestigt dat de beloofde hoeveelheid van 100.000 pond vis per week niet werd gehaald, wat de precaire situatie van de voedselvoorziening in 1943 onderstreept.
* Handhaving: Er wordt expliciet melding gemaakt van "strenge contrôle" en "rigoureuze straffen" bij overtredingen, wat duidt op een streng gereguleerd distributiesysteem om zwarte handel te voorkomen. * Oorlog en Bezetting: Het document dateert van september 1943, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin schaarste aan alles begon toe te nemen. Vis was een cruciaal "primair volksvoedsel" nu vlees steeds minder beschikbaar was.
* Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC): Dit was een door de Duitse bezetter gecontroleerd orgaan dat de visserijsector strak reguleerde. De spanning tussen de NVC en de gemeentelijke overheid weerspiegelt de bredere strijd tussen de centralisatiedrang van de bezetter en de resterende lokale autonomie.
* Locatie: De brief is gericht aan de Secretaris-Generaal van Landbouw en Visscherij in Den Haag, destijds het hoogste ambtelijke niveau onder de Duitse bewindvoering. De genoemde visserijmaatregelen waren onderdeel van de algemene distributiepolitiek in bezet Nederland.