Archiefdocument
Origineel
Ongedateerd, maar de context (referentie naar "vóór den oorlog" en "toewijzingen") suggereert de periode van de Tweede Wereldoorlog of de vroege wederopbouw (ca. 1940-1950). Koning kan geen rechten
op een hoogere toewijzing
doen gelden. Was een
koopman met zeer kleine
zaken.
H. K. Köhler Javaplein.
reeds behandeld in de
eerste vergadering.
Thans is er een verklaring
van den kleinhandelaar
J. Bergen, dat hij per week
100 pond zeevisch aan
Köhler heeft geleverd.
De com. betwist deze ver-
klaring. J. Bergen was voor den
oorlog hoofdzakelijk groente-
handelaar en deed nog maar
zeer weinig in visch.
Hammers verklaart, dat hij,
hoewel standplaats innemende
op het Javaplein, nimmer
heeft gezien, dat Köhler in
zijn winkel visch bakte.
Het verzoek blijft voorloopig
afgewezen, totdat Köhler andere
cijfers van zijn omzet kan
overleggen. * Onderwerp: Het document betreft de beoordeling van verzoeken voor zakelijke toewijzingen (mogelijk grondstoffen of vergunningen).
* Casus Köhler: De kern van het document gaat over H.K. Köhler, gevestigd aan het Javaplein. Hij probeert aan te tonen dat hij recht heeft op een toewijzing door te claimen dat hij voor de oorlog al vis verkocht/bakte.
* Tegenstrijdig bewijs:
* Een leverancier (J. Bergen) steunt Köhler met een verklaring over de levering van 100 pond vis per week.
* De commissie ("de com.") trekt dit in twijfel omdat Bergen destijds vooral in groenten handelde.
* Een getuige (Hammers), die zelf een standplaats heeft op het Javaplein, verklaart dat hij Köhler nooit vis heeft zien bakken.
* Besluit: Het verzoek is voorlopig afgewezen (niet-ontvankelijk) bij gebrek aan hard bewijs van de omzet. Tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland sprake van een strikt distributiestelsel. Ondernemers moesten aan de hand van historische cijfers (omzet van vóór de oorlog) bewijzen dat zij recht hadden op toewijzingen van schaarse goederen of vergunningen om bepaalde ambachten uit te oefenen. Dit document illustreert de bureaucratische controle en de sociale controle (getuigenverklaringen van buurtgenoten) die destijds gebruikelijk waren bij het toewijzen van dergelijke rechten in Amsterdam.
Samenvatting
- Onderwerp: Het document betreft de beoordeling van verzoeken voor zakelijke toewijzingen (mogelijk grondstoffen of vergunningen).
- Casus Köhler: De kern van het document gaat over H.K. Köhler, gevestigd aan het Javaplein. Hij probeert aan te tonen dat hij recht heeft op een toewijzing door te claimen dat hij voor de oorlog al vis verkocht/bakte.
- Tegenstrijdig bewijs:
- Een leverancier (J. Bergen) steunt Köhler met een verklaring over de levering van 100 pond vis per week.
- De commissie ("de com.") trekt dit in twijfel omdat Bergen destijds vooral in groenten handelde.
- Een getuige (Hammers), die zelf een standplaats heeft op het Javaplein, verklaart dat hij Köhler nooit vis heeft zien bakken.
- Besluit: Het verzoek is voorlopig afgewezen (niet-ontvankelijk) bij gebrek aan hard bewijs van de omzet.
Historische Context
Tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland sprake van een strikt distributiestelsel. Ondernemers moesten aan de hand van historische cijfers (omzet van vóór de oorlog) bewijzen dat zij recht hadden op toewijzingen van schaarse goederen of vergunningen om bepaalde ambachten uit te oefenen. Dit document illustreert de bureaucratische controle en de sociale controle (getuigenverklaringen van buurtgenoten) die destijds gebruikelijk waren bij het toewijzen van dergelijke rechten in Amsterdam.