Dienstbrief (doorslag/kopie) van de Gemeentelijke Visafslag Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief (doorslag/kopie) van de Gemeentelijke Visafslag Amsterdam. 22 juni 1943. De Directeur (van de Visafslag). Den Heer S. de Ruyg, Kleine Kattenburgerstraat 138 huis, Amsterdam-Centrum (wijk 15). [Handgeschreven, rechtsboven:] Vischmarkt
[Getypt, rechtsboven:] SV
[Getypt, linksboven:] 46c/36/1a M.
[Gecentreerd:] 22 Juni 1943.
Den Heer S. de Ruyg
Kleine Kattenburgerstraat 138 huis
Amsterdam-Centrum. wijk 15
==============================
Mij is gerapporteerd, dat U op 5 Juni jl. visch
aan den verkoop heeft onttrokken.
In verband met deze overtreding schors ik U voor-
loopig van de verdeeling van visch aan den afslag alhier,
terwijl aan den Burgemeester de vraag zal worden voorge-
legd, welke maatregelen te Uwen aanzien genomen dienen
te worden.
De Directeur, De brief is een officiële kennisgeving van een disciplinaire maatregel tegen een vishandelaar, de heer S. de Ruyg. Hij wordt ervan beschuldigd op 5 juni 1943 vis aan de officiële verkoop te hebben onttrokken. Dit duidt op het achterhouden van goederen voor eigen gebruik of voor de zwarte handel, wat in de oorlogsjaren streng werd gecontroleerd.
Als directe sanctie wordt de heer De Ruyg voorlopig geschorst van de visverdeling bij de afslag. Dit betekende in de praktijk een beroepsverbod, aangezien de afslag de enige legale bron van visvoorraad was. De ernst van de zaak blijkt uit het feit dat de Directeur de zaak voorlegt aan de Burgemeester voor verdere maatregelen. De toon is kortaf, zakelijk en streng, passend bij de bureaucratische controle tijdens de bezetting. Dit document stamt uit het hart van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (juni 1943). Tijdens de bezetting heerste er een strikt distributiesysteem vanwege grote schaarste aan voedsel. Vis was een belangrijk onderdeel van het dieet, maar de aanvoer was beperkt door de beperkingen op de visserij in de Noordzee.
De Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam (gevestigd aan de De Ruyterkade) speelde een cruciale rol in de gereguleerde distributie. Het "onttrekken aan de verkoop" werd gezien als een economisch delict dat de voedselvoorziening in gevaar bracht. In deze periode stond de gemeente Amsterdam onder toezicht van de bezetter, en burgemeester Edward Voûte werkte nauw samen met de Duitse autoriteiten om de orde en de distributie te handhaven.
De Kleine Kattenburgerstraat, waar de ontvanger woonde, was destijds een volksbuurt in de wijk Kattenburg, een gebied met veel kleine handelaren en arbeiders die afhankelijk waren van de nabijgelegen haven en markten. S. de Ruyg Gemeente Amsterdam