Financiële nota/factuuroverzicht.
Origineel
Financiële nota/factuuroverzicht. 2 maart 1943. Amsterdam, 2 Maart 1943.
No. 59/1/36 M. 1943^5 N O T A voor de Commissie
inzake voedselvoorziening Joodse Bevolking.
o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-
Zuurkool 4 vt. per vt. 28.25 Fl. 113.--
Idem 4 vt. per vt 32.45 " 129.80
Idem 11 vt. per v t 8.05 " 88.55
Idem 5 vt. per vt. 29.65 " 148.25
Zuurkool 24.vt per vt. 14.10 " 338.40
----------
NETTO Fl. 818.--
STATIE " 647.50
------------
BRUTO Fl. 1465.50
4 % " 32.72
------------
TOTAAL Fl. 1498.22
============
Raapstelen 16 K.G. 46.-- Fl. 7.36
witlof 150 K.G. 31.-- " 46.50
Witlof 150 K.G. 26.50 " 39.75
waspeen 280 K.G. 12.-- " 33.60
-------------------
NETTO Fl. 127.21
4 % " 5.09
------------
BRUTO Fl. 132.30
============
Uien 630 K.G. 10.50 Fl. 66.15
Peen 630 K.G. 8.-- " 50.40
------------
NETTO Fl. 116.55
4 % " 4.67
------------
TOTAAL Fl. 121.22
============ Het document is een getypeerde afrekening van geleverde levensmiddelen aan de "Commissie inzake voedselvoorziening Joodse Bevolking". De nota is verdeeld in drie secties:
- Zuurkool: Geleverd in vaten ("vt."). Opvallend is het hoge bedrag aan "STATIE" (statiegeld op de vaten), wat bijna even hoog is als de waarde van de zuurkool zelf.
- Bladgroenten en wortelen: Raapstelen, witlof en waspeen, berekend per kilogram.
- Houdbare groenten: Uien en peen, eveneens berekend per kilogram.
Bij elke sectie wordt een opslag van 4% berekend over het nettobedrag. Dit was waarschijnlijk een administratieve heffing of een belasting die door de Joodse Raad werd gehanteerd om de eigen distributiekosten te dekken. De totale waarde van de drie posten samen bedraagt ongeveer 1750 gulden, wat voor 1943 een aanzienlijk bedrag was. Dit document stamt uit een kritieke fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In maart 1943 was de Joodse bevolking in Amsterdam al grotendeels geïsoleerd en onderworpen aan strenge beperkingen. De "Commissie inzake voedselvoorziening Joodse Bevolking" was een onderdeel van de Joodse Raad voor Amsterdam.
Omdat Joden steeds meer werden uitgesloten van reguliere winkels en markten, en hun rantsoenen vaak lager waren dan die van de rest van de bevolking, moest de Joodse Raad de inkoop en distributie van basisbehoeften centraal regelen. Dit document getuigt van de bureaucratische precisie waarmee deze noodvoorziening werd bijgehouden, zelfs terwijl de deportaties naar de vernietigingskampen op dat moment in volle gang waren. De vermelding van "vaten" (voor de zuurkool) en grote hoeveelheden groenten wijst op distributie via centrale keukens of specifieke uitgiftepunten voor de Joodse gemeenschap.