Nota (factuur) en creditnota.
Origineel
Nota (factuur) en creditnota. 8 april 1943. Amsterdam, 8 April 1943.
NOTA voor de Commissie
inzake voedselvoorziening Joodse Bevolking.
0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0
| Product: | Aantal Colli : | Hoeveelheid: | Prijs | Bedrag.: |
|---|---|---|---|---|
| Raapstelen | 14 | 98 | 20.-- | Fl. 19.60 |
| Sla | 10 | 200 | 7.50 | " 15.-- |
| Sla | 31 kisten | 2.10 p.k. | 65.10 | |
| Raapstelen | 14 | 98 | 19.20 | " 18.81 |
| Komkommers | 2 | 60 | 48.-- | " 28.80 |
| Selderie | 6 | 600 | 7.-- | " 42.-- |
| Sla | 6 | 120 | 8.10 | " 9.72 |
| Sla | 5 | 120 | 9.-- | " 10.80 |
| NETTO | Fl. 2397.99 | ||
|---|---|---|---|
| STATIE | " 1670.30 | ||
| ---------------- | |||
| BRUTO | Fl. 4068.29 | ||
| 4 % | " 95.92 | ||
| ---------------- | |||
| TOTAAL | Fl. 4164.21 | ||
| ================ |
C R E D I T - N O T A
Nota 27 Maart 1943.
Hierop was de Zuurkool dubbel berekend ad. F. 94.05
4 % " 3.77
TOTAAL F. 97.82
================ Deze getypte nota is een administratief bewijsstuk van de inkoop van verse groenten (raapstelen, sla, komkommers, selderij) voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
Opvallende details:
* Colli en Hoeveelheid: Er wordt onderscheid gemaakt tussen het aantal colli (verpakkingseenheden zoals kisten) en de inhoudelijke hoeveelheid.
* Statiegeld: De post "STATIE" (statiegeld) vormt een aanzienlijk deel van het totaalbedrag (Fl. 1670.30 op een netto bedrag van Fl. 2397.99), wat duidt op een grote hoeveelheid retour-emballage (kisten/zakken).
* Belasting/Opslag: Er wordt een standaardpercentage van 4% berekend over het brutobedrag.
* Creditnota: Onderaan is een correctie toegevoegd voor een fout in een eerdere factuur van 27 maart 1943, waarbij zuurkool dubbel was geteld. Het document dateert van april 1943, een periode waarin de Joodse bevolking in Nederland reeds extreem werd beperkt in hun bewegingsvrijheid en bestaansmiddelen. De "Commissie inzake voedselvoorziening Joodse Bevolking" was een orgaan dat onder de Joodse Raad viel.
Terwijl de deportaties naar kampen als Westerbork en de vernietigingskampen in het oosten in volle gang waren, moest de Joodse Raad de dagelijkse behoeften van de nog in Amsterdam aanwezige Joden (en degenen in de Joodse instellingen) proberen te regelen. De grootschalige inkoop van basisgroenten zoals sla en raapstelen laat de logistieke kant zien van het voeden van een grote groep mensen die uitgesloten was van de reguliere markt en distributie. De zakelijke, bijna banale toon van de factuur staat in schril contrast met de tragische historische situatie van de doelgroep op dat moment.