Boekhoudkundig overzicht (Weekstaat).
Origineel
Boekhoudkundig overzicht (Weekstaat). 29 maart t/m 3 april 1943. No. 59/1/58 ... 1943 17/4 [handgeschreven]
WEEKSTAAT No.13. 29 Maart t/m 3 April 1943.
Aanvoer Grossiers:
Datum Prod. bedrag Statie geld Totaal Heffing Totaas
30/3'43 f.3359.34 f.2398.62
1/4 7784.56 2263.06
3/4 2421.86 1793.13
---------- ----------
f. 13565.76 f.6454.81
========== ==========
Nota's Joodsche Vereeniging:
30/3'43 f.3265.44 f.2328.62 f.5594.06 f.130.62 f.5724.68
30/3 93.90 70.-- 163.90 3.76 167.66
1/4 2784.31 2263.06 5047.37 111.37 5158.74
1/4 5000.25 5000.25 200.-- 5200.25
3/4 2421.86 1793.13 4214.99 96.87 4311.86
---------- ---------- ---------- ---------- ----------
f.13565.76 f.6454.81 f.20020.57 f. 542.62 f.20563.19
========== ========== ========== ========== ==========
Uitbetalingen Grossiers:
Aanvoer
29/3 t/m 3/4'43 f.13565.76 f.6454.81 f. 20020.57
af: behandeling vreemd fust " 76.48
diverse onkosten " 11.36
retour emballage " 5370.54
debiteuren " 379.69 )" 5838.07
----------
f. 14182.50
uitbetaalde emballage f. 339.--
Debetposten " 1022.95 f. 1361.95
----------
f. 15544.45
===========
per giro f. 15420.05
per postwissel " 124.40 f. 15544.45
----------- Dit document is een gedetailleerde financiële afrekening van goederenstromen gedurende één week in het voorjaar van 1943. Het overzicht toont de inkoop bij grossiers en de daaropvolgende doorfacturering (inclusief een "heffing") via de Joodsche Vereeniging.
* De bedragen zijn onderverdeeld in productwaarde ("Prod. bedrag") en statiegeld ("Statie geld").
* Er worden diverse kostenposten afgetrokken van het totaal, zoals administratiekosten voor fust, onkosten en retourzendingen van verpakkingen.
* De uiteindelijke betalingen worden voldaan via de giro en postwissel.
* Opvallend is de term "Totaas" in de kolomkop rechtsboven, wat een typefout lijkt voor "Totaal". Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De "Joodsche Vereeniging" (hoogstwaarschijnlijk refererend aan de Joodsche Raad voor Amsterdam) was door de bezetter belast met de organisatie en bevoorrading van de Joodse gemeenschap. De "heffing" die in de tabel wordt vermeld, was een gebruikelijke methode om geld in te houden voor administratieve doeleinden of voor de financiering van de eigen vervolging (zoals de exploitatie van kampen). Dit soort administratieve stukken geeft inzicht in de bureaucratische wijze waarop de bezetter en de Joodse Raad de economische aspecten van de Joodse gemeenschap en haar uitsluiting beheerden. De datum (april 1943) valt in een periode van grootschalige deportaties, wat de noodzaak voor een dergelijke strakke voedsel- of goederenadministratie verklaart voor de overgebleven bevolking of de kampen.