Nota (factuur).
Origineel
Nota (factuur). 11 mei 1943. Amsterdam 11 Mei 1943
N O T A voor de commissie inzake
voedselvoorziening Joodsche bevolking
-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-
Ingezonden door de Grossiers Combinatie
6000 k.g. Uien รก 12.50 fl. 750.--
4% - 30.--
TOTAAL fl. 780.--
===================== Het document is een zakelijke afrekening voor een grote partij uien (6000 kg). De prijs is berekend op 12,50 gulden (vermoedelijk per 100 kg, gezien het totaalbedrag van 750 gulden). Er wordt een toeslag van 4% berekend, wat leidt tot een eindbedrag van 780 gulden.
De afzender is de "Grossiers Combinatie", een samenwerkingsverband van groothandelaren. De ontvanger is de "Commissie inzake voedselvoorziening Joodsche bevolking". Dit was een specifieke afdeling binnen de Joodsche Raad voor Amsterdam die verantwoordelijk was voor de logistiek en distributie van voedsel aan de Joodse gemeenschap, die destijds aan strenge restricties en segregatie onderworpen was. De datum van de nota, 11 mei 1943, is historisch zeer beladen. Dit was een fase in de Tweede Wereldoorlog waarin de deportaties van Joden vanuit Nederland naar de vernietigingskampen in volle gang waren. Slechts enkele weken na deze factuur, in mei en juni 1943, vonden er grote razzia's plaats in Amsterdam.
De Joodsche Raad werd door de Duitse bezetter gedwongen om de eigen gemeenschap te administreren en te voorzien van basisbehoeften, terwijl tegelijkertijd de middelen hiertoe steeds schaarser werden gemaakt. Documenten als deze tonen de pijnlijke bureaucratische realiteit van het dagelijks leven onder de bezetting: terwijl de Joodse bevolking systematisch werd vervolgd, liepen de zakelijke processen voor de levering van basisvoedsel zoals uien administratief gewoon door. De grote hoeveelheid (6000 kg) duidt op de schaal waarop de Joodsche Raad nog moest opereren voor de duizenden Joden die op dat moment nog in Amsterdam verbleven of in kamp Westerbork gevangen zaten.
Samenvatting
Het document is een zakelijke afrekening voor een grote partij uien (6000 kg). De prijs is berekend op 12,50 gulden (vermoedelijk per 100 kg, gezien het totaalbedrag van 750 gulden). Er wordt een toeslag van 4% berekend, wat leidt tot een eindbedrag van 780 gulden.
De afzender is de "Grossiers Combinatie", een samenwerkingsverband van groothandelaren. De ontvanger is de "Commissie inzake voedselvoorziening Joodsche bevolking". Dit was een specifieke afdeling binnen de Joodsche Raad voor Amsterdam die verantwoordelijk was voor de logistiek en distributie van voedsel aan de Joodse gemeenschap, die destijds aan strenge restricties en segregatie onderworpen was.
Historische Context
De datum van de nota, 11 mei 1943, is historisch zeer beladen. Dit was een fase in de Tweede Wereldoorlog waarin de deportaties van Joden vanuit Nederland naar de vernietigingskampen in volle gang waren. Slechts enkele weken na deze factuur, in mei en juni 1943, vonden er grote razzia's plaats in Amsterdam.
De Joodsche Raad werd door de Duitse bezetter gedwongen om de eigen gemeenschap te administreren en te voorzien van basisbehoeften, terwijl tegelijkertijd de middelen hiertoe steeds schaarser werden gemaakt. Documenten als deze tonen de pijnlijke bureaucratische realiteit van het dagelijks leven onder de bezetting: terwijl de Joodse bevolking systematisch werd vervolgd, liepen de zakelijke processen voor de levering van basisvoedsel zoals uien administratief gewoon door. De grote hoeveelheid (6000 kg) duidt op de schaal waarop de Joodsche Raad nog moest opereren voor de duizenden Joden die op dat moment nog in Amsterdam verbleven of in kamp Westerbork gevangen zaten.