Gedrukte tekst, waarschijnlijk een fragment uit een reglement of officieel besluit.
Origineel
Gedrukte tekst, waarschijnlijk een fragment uit een reglement of officieel besluit. worden voldaan, dan vervangt een plaatsvervangend lid-ambtenaar een
lid-werkman en een plaatsvervangend lid-werkman een lid-ambtenaar.
ART. 22
Het hoofd van den betrokken diensttak regelt den tijd en de wijze,
waarop de Commissie de eerste maal wordt bijeengeroepen.
§ 11. Vergoeding van loonderving.
ART. 23
Voor verzuim van den gewonen dienst, dat voortspruit uit het bijwonen
van vergaderingen en uit andere werkzaamheden, welke door de leden en
de plaatsvervangende leden der Commissie als zoodanig worden verricht,
wordt aan hen door den betrokken diensttak vergoed het bedrag van het
gewone vaste loon, dat zou zijn ontvangen, indien de gewone dagelijksche
arbeid zou zijn verricht.
§ 12. Jaarverslagen.
ART. 24
In de maand Januari van elk jaar brengt de Commissie aan het hoofd
van den betrokken diensttak verslag uit van haar werkzaamheden over
het afgeloopen kalenderjaar. De tekst beschrijft administratieve en financiële regelingen voor een specifieke commissie:
* Samenstelling: Er wordt een onderscheid gemaakt tussen 'lid-ambtenaren' en 'lid-werklui', wat duidt op een vertegenwoordigend orgaan waarin zowel administratief personeel als handarbeiders zitting hebben.
* Organisatie (Art. 22): De verantwoordelijkheid voor de eerste bijeenkomst ligt bij het hoofd van de betreffende diensttak.
* Financiën (Art. 23): Commissieleden worden volledig schadeloos gesteld voor gemiste werkuren ('loonderving'). Ze behouden hun normale loon alsof ze hun dagelijkse arbeid hadden verricht.
* Rapportage (Art. 24): Er is een jaarlijkse verantwoordingsplicht. In januari moet een verslag over het voorgaande jaar worden ingediend. Gezien de spelling (zoals den, zoodanig, dagelijksche en afgeloopen) dateert dit document van vóór de spellinghervorming van 1947. De termen 'diensttak' en het onderscheid tussen ambtenaren en werklui suggereren dat dit een reglement is voor een groot overheidsbedrijf of een gemeentelijke dienst (denk aan de spoorwegen, post of publieke werken) in het begin van de 20e eeuw. Het betreft zeer waarschijnlijk de statuten van een vroege vorm van medezeggenschap of een dienstcommissie.