Financiële weekstaat / afrekening.
Origineel
Financiële weekstaat / afrekening. 9 juli 1943. K 1132
N.V. Nederlandsche Veiling van
Land- en Tuinbouwproducten
„Amsterdam”
Gemeentelijke Veilinggebouwen
Centrale Markt
Telefoon 85551 - Amsterdam (W.)
AMSTERDAM-W.,
CENTRALE MARKTHALLEN 9 Juli 1943
[Handgeschreven handtekening/paraaf:] m. th. Sieburgh
[Stempel/Typewerk:] No. 59/I/110 M. 1943 [Handgeschreven:] 13
Staat van heffingen ad. 4 % ten laste der Voedselvoorziening der Joodsche Bevolking Amsterdam
1943.
weekstaat 31/5 t/m 5/6 43 f 142,44
7/6 " 12/6 " 222,48
14/6 " 19/6 " 203,75
21/6 " 26/6 " 163,02
28/6 " 3/7 " 174,69 [vinkje]
----------
f 906,38
af: 2% t/g Ned. Veiling " 453,19
----------
f 453,19
af: 2% omzetbelasting " 9,06
----------
f 444,13
==========
Het eindbedrag werd heden overgeschreven op Uw rekening No. 74 C. Markt Dit document is een boekhoudkundig overzicht van de N.V. Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten te Amsterdam. Het betreft een afrekening van een heffing van 4% op de omzet van producten die bestemd waren voor de voedselvoorziening van de Joodse bevolking in Amsterdam gedurende vijf weken in mei, juni en juli 1943.
Berekening:
1. De totale heffing (4%) over de betreffende weken bedraagt f 906,38.
2. Hier wordt een post van 2% (van de totale omzet, wat overeenkomt met de helft van de 4% heffing) afgetrokken ten gunste van de Nederlandse Veiling: f 453,19.
3. Van het resterende bedrag wordt nogmaals 2% omzetbelasting afgehaald (f 9,06).
4. Het resterende nettobedrag van f 444,13 wordt overgemaakt naar rekening No. 74 van de Centrale Markt.
De berekening laat zien hoe de bureaucratie rondom de voedselvoorziening tot in detail werd vastgelegd, waarbij diverse partijen (de veiling, de belastingdienst) hun aandeel opeisten van de middelen die gereserveerd waren voor de Joodse gemeenschap. Dit document stamt uit een duistere periode in de Nederlandse geschiedenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden Joodse burgers door de Duitse bezetter systematisch afgezonderd en uitgebuit. De "Voedselvoorziening der Joodsche Bevolking" was een orgaan dat onder toezicht van de Joodsche Raad (en daarmee de bezetter) stond.
Terwijl de Joodse bevolking te maken kreeg met steeds strengere rantsoenering en uitsluiting van reguliere winkels, werd hun voedselvoorziening via aparte kanalen en met extra heffingen geregeld. In juli 1943, de datum van dit document, waren de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de kampen in volle gang. Dit document illustreert de kille, administratieve voortzetting van de exploitatie van de Joodse gemeenschap, zelfs op het moment dat een groot deel van die gemeenschap al was weggevoerd.