Financieel overzicht / Factuur (Staat van heffingen)
Origineel
Financieel overzicht / Factuur (Staat van heffingen) 11 augustus 1943 K 1132
N.V. Nederlandsche Veiling van
Land- en Tuinbouwproducten
„Amsterdam”
Gemeentelijke Veilinggebouwen
Centrale Markt
Telefoon 85551 - Amsterdam (W.)
AMSTERDAM-W.,
CENTRALE MARKTHALLEN 11 Augustus 1943
[Stempel/Handgeschreven:] 16/8.
No. 59/1/112 M. 1943
Staat van heffingen ad 4% ten laste der Voedsel-
voorziening der Joodsche Bevolking Amsterdam
1943
weekstaat 5/7 t/m 10/7 '43 f 156,57
12/7 t/m 17/7 '43 " 213,58
19/7 t/m 24/7 43 " 223,83
26/7 t/m 31/7 '43 " 155,43
----------
f 749,41
af 2% ten gunste der Veiling " 374,71
---------- ----------
f 374,70
af 2% omzetbelasting " 7,49
---------- ----------
f 367,21
==========
Het eindbedrag werd heden overgeschreven op Uw rekening no. 74
van de Centrale Markt.-
[Handgeschreven margalia:]
* Rechtsboven: [Handtekening/Paraaf], "11", vinkje.
* Rechtsonder: 59/1/112, [onleesbaar, mogelijk 'maandstaat'] Dit document is een officiële afrekening van de Amsterdamse groenteveiling voor de levering van producten aan de Joodse bevolking in juli 1943. De totale heffing van 4% bedraagt f 749,41. Opmerkelijk is de verdeling: de helft hiervan (2%) wordt ingehouden door de veiling zelf ("ten gunste der Veiling"), en over het restant wordt nog eens 2% omzetbelasting berekend. Het uiteindelijke bedrag van f 367,21 wordt overgeboekt naar een rekening van de Centrale Markt. De administratieve precisie waarmee deze heffingen werden uitgevoerd, zelfs tijdens de piek van de deportaties, is kenmerkend voor de bureaucratische afhandeling van de Jodenvervolging in Nederland. De "Voedselvoorziening der Joodsche Bevolking" was een onderdeel van de Joodsche Raad voor Amsterdam. In opdracht van de Duitse bezetter moest deze instantie de distributie van voedsel aan de Joodse gemeenschap regelen, die steeds verder werd geïsoleerd en beperkt in haar bewegingsvrijheid.
De datum van het document, 11 augustus 1943, is historisch beladen. Op dit moment waren de grootschalige razzia's en deportaties vanuit Amsterdam naar de kampen Westerbork, Vught en uiteindelijk de vernietigingskampen in het oosten in volle gang. Terwijl de Joodse gemeenschap werd weggevoerd, bleven de zakelijke transacties en heffingen tussen de gemeentelijke instanties en de overgebleven Joodse administratie gewoon doorgaan. De Centrale Markt en de Veiling fungeerden hierbij als de officiële distributiepunten voor de noodzakelijke levensmiddelen.