Financiële weekstaat (Weekstaat No. 12).
Origineel
Financiële weekstaat (Weekstaat No. 12). 22 t/m 27 maart 1943. No. 59/3/5 M. 1943 9/4 [stempel] 2 [rood potlood]
WEEKSTAAT No.12: 22 t/m 27 Maart 1943.
---------------------------------------
Aanvoer Grossiers:
Datum Prod. Statie Totaal Heffing Totaal
bedrag geld
23/3'43 f.3997.28 f.2770.89
25/3 3172.17 2270.32
27/3 3628.68 2653.22
---------- ----------
f.10798.13 f.7694.43
========== ==========
Nota's Joodsche Vereeniging:
23/3'43 f.310.50 f.250.-- f.560.50 f.12.42 f.572.92
23/3 261.18 12.75 273.93 10.45 284.38
23/3 3425.60 2508.14 5933.74 137.03 6070.77
25/3 3096.77 2205.32 5302.09 123.87 5425.96
25/3 75.40 65.-- 140.40 3.02 143.42
27/3 3628.68 2653.22 6281.90 146.39 6428.29
---------- ---------- ---------- ---------- ----------
f.10798.13 f.7694.43 f.18492.56 f.433.18 f.18925.74
Uitbetalingen grossiers:
aanvoer
22/3 t/m 27/3 f.10798.13 f. 7694.43 f. 18492.56
af: behandeling vreems fust 87.24
diverse onkosten 12.47
retour emballage 5845.-- " 5944.71
----------
f.12547.85
debetposten " 409.62
----------
f.12957.47
----------
per giro f. 12861.89
per postwissel 95.58
f. 12957.47
----------- Dit document is een gedetailleerd boekhoudkundig overzicht van de handel tussen groothandelaren (grossiers) en de "Joodsche Vereeniging" tijdens de Duitse bezetting in maart 1943.
De staat is onderverdeeld in drie hoofdonderdelen:
1. Aanvoer Grossiers: Een specificatie van geleverde producten en statiegeld over een periode van een week.
2. Nota's Joodsche Vereeniging: Hier worden de leveringen omgezet naar factuurbedragen, waarbij een specifieke "Heffing" per transactie wordt berekend. De totale omzet inclusief deze heffingen bedraagt ruim 18.000 gulden, een aanzienlijk bedrag voor die tijd.
3. Uitbetalingen grossiers: De uiteindelijke verrekening. Hierbij worden kosten voor emballage (verpakking) en overige onkosten in mindering gebracht op het totaalbedrag, waarna het restant (f. 12.957,47) wordt voldaan via giro en postwissel.
Het document getuigt van de bureaucratische precisie waarmee de economische aspecten van de Joodse gemeenschap onder toezicht van de bezetter werden geadministreerd. De "Joodsche Vereeniging" waarnaar in het document wordt verwezen, is vrijwel zeker de Joodse Raad voor Amsterdam. Deze raad werd door de Duitse bezetter ingesteld om de Joodse bevolking te besturen en uiteindelijk hun deportatie te faciliteren.
In maart 1943, de datum van dit document, bevonden de deportaties naar de vernietigingskampen zich in een versnellingsfase. Desondanks ging de dagelijkse administratie van voedselvoorziening en logistiek voor de nog aanwezige Joodse bevolking door. De genoemde "Heffingen" op de facturen waren een methode van de bezetter om de Joodse gemeenschap financieel uit te putten; de opbrengsten hiervan werden vaak gebruikt om de kosten van de Joodse Raad en zelfs de kampen (zoals Westerbork) te financieren.
Dergelijke archiefstukken zijn cruciaal voor het begrijpen van de 'banaliteit van het kwaad': de wijze waarop de Holocaust niet alleen bestond uit geweld, maar ook uit een complexe, alledaagse administratieve en economische machinerie.