Handgeschreven ambtelijke nota/memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke nota/memo. (Spoorweg en Centrale Markt)
Nota i:z
Heffingen
van den Heer Dir. M.W.
Iº Verordening Heffing
~~1934~~ : 15/10 1934
art. 1 sub e. : belasting
wegens het gebruik maken
van de spoorwegaansluitingen
zgn. raccordementgeld.
art. 15 : bedraagt voor iedere
100 kg bruto van de aange-
voerde of afgevoerde vracht
f 0,10.
Krachtens art. 2
moeten deze gelden worden
voldaan bij afgifte of bij in
ontvangst nemen der
goederen. (In hoofdzaak dus
een belasting op de grossiers der
C. M.
Bij besluit van 22 Januari
1935 werd door B en W.
voorloopig bij wijze van proef Het document is een beknopte samenvatting van een specifieke belastingverordening met betrekking tot de Centrale Markt. De kernpunten zijn:
- Type belasting: Het betreft een heffing voor het gebruik van de spoorwegaansluitingen op het marktterrein, technisch aangeduid als "raccordementgeld".
- Tarief: De kosten werden vastgesteld op 10 cent (f 0,10) per 100 kilogram bruto gewicht aan goederen, ongeacht of deze werden aangevoerd of afgevoerd.
- Betaling: De verantwoordelijkheid voor de betaling lag bij het moment van overdracht van de goederen. De schrijver merkt op dat dit in de praktijk een belasting is die direct de grossiers (groothandelaren) van de Centrale Markt treft.
- Status: De laatste alinea duidt op een wijziging of bekrachtiging door het College van Burgemeester en Wethouders (B en W) op 22 januari 1935, waarbij de regeling "bij wijze van proef" werd voortgezet of ingevoerd. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam werden geopend in 1934. Het was in die tijd een hypermodern logistiek knooppunt waar scheepvaart, wegvervoer en spoorvervoer samenkwamen.
Voor de aanvoer van groenten, fruit en andere levensmiddelen was de aansluiting op het nationale spoorwegnet essentieel. De gemeente Amsterdam (via de dienst Marktwezen) legde eigen sporen aan op het terrein (een raccordement). Om de investering en het onderhoud van deze sporen te bekostigen, werden gebruikersheffingen ingevoerd. Deze nota documenteert de juridische en financiële basis van die heffing in de beginperiode van de markt. De vermelding "bij wijze van proef" is typerend voor de crisisjaren '30, waarin de gemeente zocht naar een balans tussen inkomsten en de economische levensvatbaarheid voor de handelaren (de grossiers).
Samenvatting
Het document is een beknopte samenvatting van een specifieke belastingverordening met betrekking tot de Centrale Markt. De kernpunten zijn:
- Type belasting: Het betreft een heffing voor het gebruik van de spoorwegaansluitingen op het marktterrein, technisch aangeduid als "raccordementgeld".
- Tarief: De kosten werden vastgesteld op 10 cent (f 0,10) per 100 kilogram bruto gewicht aan goederen, ongeacht of deze werden aangevoerd of afgevoerd.
- Betaling: De verantwoordelijkheid voor de betaling lag bij het moment van overdracht van de goederen. De schrijver merkt op dat dit in de praktijk een belasting is die direct de grossiers (groothandelaren) van de Centrale Markt treft.
- Status: De laatste alinea duidt op een wijziging of bekrachtiging door het College van Burgemeester en Wethouders (B en W) op 22 januari 1935, waarbij de regeling "bij wijze van proef" werd voortgezet of ingevoerd.
Historische Context
De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam werden geopend in 1934. Het was in die tijd een hypermodern logistiek knooppunt waar scheepvaart, wegvervoer en spoorvervoer samenkwamen.
Voor de aanvoer van groenten, fruit en andere levensmiddelen was de aansluiting op het nationale spoorwegnet essentieel. De gemeente Amsterdam (via de dienst Marktwezen) legde eigen sporen aan op het terrein (een raccordement). Om de investering en het onderhoud van deze sporen te bekostigen, werden gebruikersheffingen ingevoerd. Deze nota documenteert de juridische en financiële basis van die heffing in de beginperiode van de markt. De vermelding "bij wijze van proef" is typerend voor de crisisjaren '30, waarin de gemeente zocht naar een balans tussen inkomsten en de economische levensvatbaarheid voor de handelaren (de grossiers).