Ambbtelijk rapport / Proces-verbaal (afschrift).
Origineel
Ambbtelijk rapport / Proces-verbaal (afschrift). Behoort bij brief no.2c/91/10bM.d.d. 27 November aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
No.2c/91/10 M.1944 25/11. AFSCHRIFT.
Rapport.
Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen,
A l h i e r .
==========
Ondergeteekende, C. Veerman, ambtenaar bij het Marktwezen rapporteert U het navolgende:
Op Zaterdag, 18 November 1944, bevond ik mij in het pakhuis Hal 14, verhuurd aan den grossier P. van Vliet. Er bevonden zich aldaar 20 zakken à 15 kg. knolselderie en 1 kist à 15 kg. knolselderie. Van Vliet beweerde hiervan niets te weten en wees als eigenaar aan zijn knecht, die mij opgaf te zijn genaamd:
JACOB VAN DELFT,
geboren 12 Juli 1903, wonende Koestraat 4, Rijnsburg, van beroep tuindersknecht. Van Delft kon mij geen geldige papiere van deze groente toonen. Hij verklaarde mij: "Deze knolselderie heb ik zelf geteeld en met schipper Van Noort naar de Centrale Markt vervoerd. Het is mijn bedoeling deze knolselderie hier te verkoopen. Ik ben personeel van den grossier P. van Vliet en heb als zoodanig toegang tot de Centrale Markt. Van Vliet wist hiervan niets af. Ik weet, dat ik niet gerechtigd ben deze groothandel op de Centrale Markt uit te oefenen."
Ik heb de partij in beslaggenomen en ter beschikking gesteld van den Heer Broerse.
De toegangskaart van Van Delft gaat hierbij. Waarvan op ambtseed dit rapport te Amsterdam, den 18den November 1944.
De ambtenaar voornoemd,
w.g. C. Veerman.
Voor eensluidend afschrift,
De Directeur van het
Marktwezen, * Inhoud: Het document betreft een inspectie in de Amsterdamse Centrale Markthallen waarbij een illegale partij van ongeveer 315 kg knolselderie is aangetroffen. De partij werd bewaard in het pakhuis van een erkende grossier (P. van Vliet), maar bleek eigendom te zijn van zijn knecht, Jacob van Delft uit Rijnsburg.
* Overtreding: Van Delft gaf toe de groente buiten de officiële distributiekanalen om te willen verkopen. Hij misbruikte zijn toegang als personeelslid om eigen handel de markt op te smokkelen. Dit was in strijd met de strenge regels voor voedselvoorziening en handel in oorlogstijd.
* Juridische status: Het document is een officieel "afschrift" (kopie) van een rapport dat op ambtseed is opgemaakt. De inbeslaggenomen goederen werden overgedragen aan een functionaris genaamd Broerse, vermoedelijk verantwoordelijk voor de herdistributie of opslag van geconfisqueerde levensmiddelen. * De Hongerwinter: De datum, 18 november 1944, plaatst dit document in het begin van de Hongerwinter in het bezette westen van Nederland. Voedseltekorten waren nijpend en de distributie werd door de autoriteiten uiterst streng gecontroleerd om zwarte handel te voorkomen en de schaarse voorraden zo eerlijk mogelijk te verdelen.
* Voedselvoorziening: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een cruciale en zware taak. Elk pond voedsel dat buiten de officiële kanalen om werd verhandeld, werd gezien als een directe bedreiging voor de stedelijke voedselvoorziening.
* De Centrale Markt: De Centrale Markt in Amsterdam (Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselaanvoer voor de stad. Toezicht hierop door ambtenaren van het "Marktwezen" was essentieel om te voorkomen dat voorraden naar de zwarte markt verdwenen, waar prijzen voor de gemiddelde burger onbetaalbaar waren.
* Rijnsburg-Amsterdam connectie: Rijnsburg was (en is) een belangrijk tuinbouwcentrum. Het transport per schipper naar de stad was een gebruikelijke route, maar tijdens de oorlog streng gereguleerd met verplichte vrachtbrieven en vergunningen.