Getypt rapport (proces-verbaal of inspectieverslag) met handgeschreven toevoegingen.
Origineel
Getypt rapport (proces-verbaal of inspectieverslag) met handgeschreven toevoegingen. 23 november 1944. Gecontroleerd: pakhuis D 3, huurder Th. Heemskerk te Rijnsburg.
pakhuis D 19, huurder C. de Mooy, Rijnsburg.
pakhuis Hal 2, huurder W. v.d. Eikel.
Geen groenten en fruit aangetroffen.
pakhuis B 12, huurder C.v.d.Mey, Rijnsburg. C. v.d. Mey en F. Dam
P.v. Vliet pakhuis Hal no.14, huurder P.van Vliet, Rijnsburg, geb 12.7.1901, wonende Koestraat 4 Rijnsburg
Aangetroffen Van Vliet en zijn knecht J.van Delft.
In beslaggenomen: 20 zak en 1 kist knolselderij.
Van Vliet beweerde van de zaak niets af te weten; handel was van zijn knecht.
Amsterdam, 23 November 1944.
(Noot: Cursieve tekst duidt op handgeschreven toevoegingen in het origineel.) Het document is een zakelijk verslag van een voedselinspectie. Opvallend is de datum: november 1944. Dit is midden in de 'Hongerwinter'. Voedsel was uiterst schaars en de distributie stond onder streng toezicht van de Duitse bezetter en Nederlandse controle-organen.
Uit het verslag blijkt dat de meeste pakhuizen leeg waren ("Geen groenten en fruit aangetroffen"), wat de nijpende tekorten van die periode illustreert. In pakhuis 14 werd echter een aanzienlijke partij knolselderij (20 zakken en een kist) gevonden. Dit werd direct in beslag genomen, waarschijnlijk omdat het niet was aangemeld voor de officiële distributie of werd vastgehouden voor de zwarte markt.
De verklaring van huurder P. van Vliet, die beweert nergens van te weten en de schuld bij zijn knecht legt, is een typerende verdedigingsstrategie uit die tijd om vervolging wegens illegale handel of prijsopdrijving te voorkomen. De handgeschreven aantekeningen met persoonsgegevens suggereren dat het document is gebruikt voor administratieve verwerking of verdere juridische stappen. De winter van 1944-1945 was een dieptepunt in de Nederlandse geschiedenis. Door de spoorwegstaking en een Duits embargo op voedseltransporten naar het westen van Nederland ontstond een catastrofale hongersnood. Rijnsburg was (en is) een belangrijk centrum voor de groentehandel; veel handelaren uit die regio huurden opslagruimte in de Amsterdamse markthallen.
Controles zoals beschreven in dit document werden uitgevoerd door de Crisis Controle Dienst (CCD). De inbeslagname van 20 zakken knolselderij was in die tijd een significante vondst, aangezien knollen en wortels vaak het enige waren dat nog beschikbaar was voor de bevolking (naast de beruchte bloembollen). Dergelijke documenten geven een rauw beeld van de dagelijkse strijd om voedsel en de repressie rondom de voedselvoorziening tijdens de bezetting.
Samenvatting
Het document is een zakelijk verslag van een voedselinspectie. Opvallend is de datum: november 1944. Dit is midden in de 'Hongerwinter'. Voedsel was uiterst schaars en de distributie stond onder streng toezicht van de Duitse bezetter en Nederlandse controle-organen.
Uit het verslag blijkt dat de meeste pakhuizen leeg waren ("Geen groenten en fruit aangetroffen"), wat de nijpende tekorten van die periode illustreert. In pakhuis 14 werd echter een aanzienlijke partij knolselderij (20 zakken en een kist) gevonden. Dit werd direct in beslag genomen, waarschijnlijk omdat het niet was aangemeld voor de officiële distributie of werd vastgehouden voor de zwarte markt.
De verklaring van huurder P. van Vliet, die beweert nergens van te weten en de schuld bij zijn knecht legt, is een typerende verdedigingsstrategie uit die tijd om vervolging wegens illegale handel of prijsopdrijving te voorkomen. De handgeschreven aantekeningen met persoonsgegevens suggereren dat het document is gebruikt voor administratieve verwerking of verdere juridische stappen.
Historische Context
De winter van 1944-1945 was een dieptepunt in de Nederlandse geschiedenis. Door de spoorwegstaking en een Duits embargo op voedseltransporten naar het westen van Nederland ontstond een catastrofale hongersnood. Rijnsburg was (en is) een belangrijk centrum voor de groentehandel; veel handelaren uit die regio huurden opslagruimte in de Amsterdamse markthallen.
Controles zoals beschreven in dit document werden uitgevoerd door de Crisis Controle Dienst (CCD). De inbeslagname van 20 zakken knolselderij was in die tijd een significante vondst, aangezien knollen en wortels vaak het enige waren dat nog beschikbaar was voor de bevolking (naast de beruchte bloembollen). Dergelijke documenten geven een rauw beeld van de dagelijkse strijd om voedsel en de repressie rondom de voedselvoorziening tijdens de bezetting.