Ambtelijk verslag/notitie betreffende een inbeslagname.
Origineel
Ambtelijk verslag/notitie betreffende een inbeslagname. 27 december 1944. Het restant van de appelen, dat zich in de woning van
Bredenhorst bevond heb ik in beslag genomen en doen
vervoeren naar de Centrale Markt, alwaar ik deze appelen
ter beschikking heb gesteld van den Gemeentelijken gevolmach-
tigden voor groothandelszaken, den Heer Broerse. Het totaal
gewicht bedroeg 275 kg (Goudreinetten kwaliteit A.)
De opbrengst hiervan zal worden overgemaakt aan den
Provincialen Voedselcommissaris te Alkmaar.
Amsterdam 27 Dec. 1944
De ambtenaar voornoemd,
(w.g.) J.F. Verhoeven.
Den Heer Inspecteur [In rood:] Gezien
v/h Marktwezen [In rood:] 6-1-45
[In rood: initialen] De tekst is geschreven in een formeel, ambtelijk handschrift op gelinieerd papier. De auteur, J.F. Verhoeven, rapporteert over de inbeslagname van een aanzienlijke partij appels (275 kg Goudreinetten van hoge kwaliteit) uit een privéwoning.
De procedure die gevolgd wordt, is strikt bureaucratisch: de goederen worden naar de Centrale Markt in Amsterdam gebracht en overgedragen aan een bevoegd ambtenaar (de heer Broerse). De financiële afwikkeling (de opbrengst) wordt doorgestuurd naar de provinciale autoriteit in Alkmaar. Onderaan het document is een rode aantekening zichtbaar van 6 januari 1945, waaruit blijkt dat de inspecteur van het Marktwezen het verslag voor gezien heeft getekend. De datum van het document, 27 december 1944, plaatst deze handeling midden in de Hongerwinter tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er een extreme schaarste aan voedsel in het bezette westen van Nederland.
Voedselvoorraden stonden onder streng toezicht van de overheid. Particuliere voorraden van deze omvang werden vaak beschouwd als 'gehamsterd' of bestemd voor de zwarte markt en werden daarom door inspecteurs in beslag genomen voor de officiële distributie. De Provinciaal Voedselcommissaris speelde hierbij een centrale rol in het beheer van de schaarse middelen. De "Centrale Markt" aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam was in die tijd het logistieke hart van de voedselverdeling in de stad. Dit document illustreert de rigoureuze wijze waarop de overheid zelfs kleine partijen voedsel trachtte te controleren in een tijd van diepe crisis.
Samenvatting
De tekst is geschreven in een formeel, ambtelijk handschrift op gelinieerd papier. De auteur, J.F. Verhoeven, rapporteert over de inbeslagname van een aanzienlijke partij appels (275 kg Goudreinetten van hoge kwaliteit) uit een privéwoning.
De procedure die gevolgd wordt, is strikt bureaucratisch: de goederen worden naar de Centrale Markt in Amsterdam gebracht en overgedragen aan een bevoegd ambtenaar (de heer Broerse). De financiële afwikkeling (de opbrengst) wordt doorgestuurd naar de provinciale autoriteit in Alkmaar. Onderaan het document is een rode aantekening zichtbaar van 6 januari 1945, waaruit blijkt dat de inspecteur van het Marktwezen het verslag voor gezien heeft getekend.
Historische Context
De datum van het document, 27 december 1944, plaatst deze handeling midden in de Hongerwinter tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er een extreme schaarste aan voedsel in het bezette westen van Nederland.
Voedselvoorraden stonden onder streng toezicht van de overheid. Particuliere voorraden van deze omvang werden vaak beschouwd als 'gehamsterd' of bestemd voor de zwarte markt en werden daarom door inspecteurs in beslag genomen voor de officiële distributie. De Provinciaal Voedselcommissaris speelde hierbij een centrale rol in het beheer van de schaarse middelen. De "Centrale Markt" aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam was in die tijd het logistieke hart van de voedselverdeling in de stad. Dit document illustreert de rigoureuze wijze waarop de overheid zelfs kleine partijen voedsel trachtte te controleren in een tijd van diepe crisis.