Handgeschreven klacht/bericht op een voorbedrukt orderformulier.
Origineel
Handgeschreven klacht/bericht op een voorbedrukt orderformulier. 2 Juli 1944. Jac Roosendaal. [In rood potlood bovenaan:] Mr Jonkman
[Rechtsboven:] 2 Juli 1944 26
Order van Jac Roosendaal
aan Den Heer Steenbeek
Levering: —————————————————
Conditiën: —————————————————
M! met deze maak ik bekent
als dat wij heden dag, den
geheelen zondag werk aan
de jongens hebben gehad.
Daar zij de planken van de
schutting breken, en mee
naar huis nemen bij de
Schaepmansstraat het wordt
tijd dat er eens met de
jeugd afgerekend wordt
onze zondag is er in geheel
door bedorven je heb je niet
om gekeerd of ze zijn er weer
door. Hoopende dat er
gauw de boel gemaakt word.
Inafwachting
Jac Roosendaal In dit schrijven beklaagt Jac Roosendaal zich bij de heer Steenbeek over overlast veroorzaakt door de plaatselijke jeugd op zondag 2 juli 1944. De kern van de klacht is dat jongeren planken van een schutting slopen en deze meenemen naar de Schaepmansstraat (vermoedelijk in de nabije omgeving).
Roosendaal uit zijn frustratie over het feit dat zijn zondagrust hierdoor volledig is verpest ("onze zondag is er in geheel door bedorven") en dat de jongeren brutaal en hardnekkig zijn; zodra men de rug toekeert, zijn ze weer bezig. Hij dringt aan op actie ("dat er eens met de jeugd afgerekend wordt") en spreekt de hoop uit dat de schade (de schutting) spoedig hersteld zal worden.
De rode aantekening "Mr Jonkman" suggereert dat dit briefje later is overhandigd aan of behandeld door een persoon met die naam, mogelijk een gemachtigde, advocaat of ambtenaar. Het document dateert van juli 1944, een cruciale periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland (vlak na D-Day). In deze tijd was er een enorm tekort aan brandstof en bouwmaterialen. Het feit dat jongeren planken van een schutting slopen om "mee naar huis te nemen" moet waarschijnlijk in dit licht worden gezien: het hout was uiterst kostbaar, waarschijnlijk om als brandhout te dienen.
De toon van de brief is formeel ("M!" voor Mijnheer, "met deze maak ik bekent"), maar de inhoud verraadt de dagelijkse spanningen en kleine criminaliteit die voortkwamen uit de schaarste en de ontwrichting van de sociale orde aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het document geeft een inkijkje in de kleine, alledaagse ergernissen van burgers die, ondanks de grote wereldgebeurtenissen, probeerden hun eigendommen en rust te beschermen.
Samenvatting
In dit schrijven beklaagt Jac Roosendaal zich bij de heer Steenbeek over overlast veroorzaakt door de plaatselijke jeugd op zondag 2 juli 1944. De kern van de klacht is dat jongeren planken van een schutting slopen en deze meenemen naar de Schaepmansstraat (vermoedelijk in de nabije omgeving).
Roosendaal uit zijn frustratie over het feit dat zijn zondagrust hierdoor volledig is verpest ("onze zondag is er in geheel door bedorven") en dat de jongeren brutaal en hardnekkig zijn; zodra men de rug toekeert, zijn ze weer bezig. Hij dringt aan op actie ("dat er eens met de jeugd afgerekend wordt") en spreekt de hoop uit dat de schade (de schutting) spoedig hersteld zal worden.
De rode aantekening "Mr Jonkman" suggereert dat dit briefje later is overhandigd aan of behandeld door een persoon met die naam, mogelijk een gemachtigde, advocaat of ambtenaar.
Historische Context
Het document dateert van juli 1944, een cruciale periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland (vlak na D-Day). In deze tijd was er een enorm tekort aan brandstof en bouwmaterialen. Het feit dat jongeren planken van een schutting slopen om "mee naar huis te nemen" moet waarschijnlijk in dit licht worden gezien: het hout was uiterst kostbaar, waarschijnlijk om als brandhout te dienen.
De toon van de brief is formeel ("M!" voor Mijnheer, "met deze maak ik bekent"), maar de inhoud verraadt de dagelijkse spanningen en kleine criminaliteit die voortkwamen uit de schaarste en de ontwrichting van de sociale orde aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het document geeft een inkijkje in de kleine, alledaagse ergernissen van burgers die, ondanks de grote wereldgebeurtenissen, probeerden hun eigendommen en rust te beschermen.