Ambtelijke notitie / memo.
Origineel
Ambtelijke notitie / memo. 7 april 1934. no 28/41/1 M 1934 31/3
Heer den Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier
Lindengracht
J.L. Delzenne staat ingeschreven
onder no 511. Delzenne was aangewezen
H Theunis te assisteeren, waar Theunis
inmiddels voor bedankte per br no 28/13/1 M 34 3/2
De plaats van Theunis is wegens wanbe-
taling ingetrokken. M.i. kan Delzenne
vooralsnog een losse plaats bezetten, en zal
als ieder ander voor een vaste plaats zijn beurt
moeten afwachten.
7 April 1934
[Handtekening: Nieuwenhoff] De kern van dit document is een administratieve beslissing over de toekenning van marktplaatsen op de Amsterdamse Lindengracht. Een zekere J.L. Delzenne (geregistreerd onder nummer 511) was oorspronkelijk aangewezen als assistent voor marktkoopman H. Theunis. Omdat Theunis echter bedankte voor de samenwerking en zijn eigen standplaats later werd ingetrokken vanwege wanbetaling, moet er een nieuwe oplossing voor Delzenne worden gevonden.
De schrijver (waarschijnlijk een ambtenaar van de marktdienst) adviseert de Inspecteur dat Delzenne voorlopig een "losse plaats" (een tijdelijke, per dag toegewezen plek) mag bezetten. Voor een "vaste plaats" zal hij, conform de geldende reglementen, op zijn beurt moeten wachten op de wachtlijst. Dit document biedt een inkijkje in het strak gereguleerde marktwezen van Amsterdam in de jaren '30. De Lindengracht is van oudsher een belangrijke marktlocatie in de Jordaan. Tijdens de economische crisis van de jaren '30 kwam "wanbetaling" van staangelden vaker voor, wat leidde tot het intrekken van vergunningen. Het onderscheid tussen een "losse plaats" en een "vaste plaats" was (en is) essentieel voor de rechtszekerheid en de inkomsten van de marktkooplieden; vaste plaatsen boden meer zekerheid en vaak een betere locatie. De ambtelijke toon en de verwijzingen naar correspondentienummers duiden op een zorgvuldige, bureaucratische afhandeling van marktplaatsverdelingen. H. Theunis J.L. Delzenne Marktwezen