Officiële correspondentie (doorslag of kantoorkopie van een brief).
Origineel
Officiële correspondentie (doorslag of kantoorkopie van een brief). 25 april 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam). Den Heer J.C.v.d. Vinden, Rijnstraat 74 huis, Amsterdam-Zuid. [Rechtsboven handgeschreven:]
M. de Boer
[Linksboven:]
VD/HG.
28/45/2 M.
[Diagonaal handgeschreven/gestempeld:]
Verzonden 25/4
[Rechtsmidden:]
25 April 1939.
den Heer J.C.v.d. Vinden,
Rijnstraat 74 huis,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 22b.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 6 April jl. verleen ik U hierbij tot wederopzegging toestemming om U op Uw plaatsen op de markten Lindengracht en Noordermarkt in plaats van door F.N. Belderink te doen bijstaan - niet vervangen - door Mej. G. Heeren-Putman.
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief besluit betreffende de bezetting van marktplaatsen in Amsterdam. De toon is zakelijk en ambtelijk. De kern van de zaak is de wijziging van een assistent (bijstand) voor een marktkraamhouder.
Enkele opvallende details:
* Personeelswissel: F.N. Belderink wordt als assistent opgevolgd door Mej. G. Heeren-Putman.
* Restrictie: De directeur benadrukt dat het gaat om "bijstaan" en "niet vervangen". Dit suggereert dat de vergunninghouder (Vinden) zelf aanwezig moet blijven op de markt en de assistent niet zelfstandig de kraam mag runnen.
* Locatie: De vergunning geldt voor twee iconische Amsterdamse markten: de Lindengracht en de Noordermarkt. De brief dateert van april 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de Amsterdamse markthandel streng gereguleerd door de gemeente. Elke verandering in personeel of standplaatsbezetting moest officieel worden goedgekeurd door de Dienst van het Marktwezen.
De genoemde locaties, de Lindengracht en Noordermarkt, bevinden zich in de Jordaan en hebben een eeuwenlange traditie als handelsplaatsen. De Rijnstraat in Amsterdam-Zuid, waar de ontvanger woonde, was in die tijd een relatief nieuwe wijk (Plan Zuid), wat aangeeft dat marktlui niet noodzakelijkerwijs meer in de oude volksbuurten woonden waar zij hun nering dreven. F.N. Belderink G. Heeren M. de Boer Marktwezen