Ambbtelijk rapport of interne brief.
Origineel
Ambbtelijk rapport of interne brief. 25 april 1939 (gebaseerd op de datering rechtsboven: "25/4 1939"). Waarschijnlijk een marktmeester (gezien de tekstinhoud "marktmeester mijn handel..."). Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Alhier (Amsterdam). No 28/51/1 M 1939 25/4
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Lindengracht
De voorkeurskaarthouder no 215 S Snoek
komt, [doorgestreept], omdat hij een laag No heeft altijd in aan-
merking van een loopplaats.
Daar Snoek over veel handel beschikt, tracht
hij altijd een tweede plaats er bij te krijgen, wat ook
dikwijls het geval is, als er plaatsen over zijn.
Zijn er geen plaatsen genoeg beschikbaar, dan
laat hij A Prins meeloten, en deze tracht dan een
plaats naast Snoek te krijgen.
Het gebeurd meermalen dat ik Prins een
plaats aanwijs geheel uit de buurt van Snoek, dan
tracht Prins met de koopman die naast Snoek
staat te ruilen, en wanneer dat niet lukt, dan
hoor ik,: marktmeester mijn handel is niet aange-
komen geeft u mijn plaats maar weg.
Hieruit is opgesloten dat het alleen de
bedoeling van Prins is, om Snoek een 2e plaats te
bezorgen. Om nu aan deze verhouding een
einde te maken, heb ik Zaterdag 22 April l.l.
tegen Prins gezegd toen ik hem een plaats toewees,
,, U kan deze plaats wel krijgen maar ik zeg U, dat
U in geen geval mag ruilen, waarmee hij accoord
ging. Later over de markt komende zag ik dat
--- Dit document is een verslag van een marktmeester over de sluwe werkwijze van twee kooplieden op de Amsterdamse Lindengrachtmarkt in april 1939. De kern van de zaak is dat de koopman S. Snoek, die reeds een goede plek heeft vanwege zijn lage nummer op de voorkeurskaart, op oneigenlijke wijze probeert een tweede standplaats te bemachtigen.
Snoek gebruikt hiervoor een stroman, A. Prins. Wanneer er geen vrije plaatsen over zijn, laat Snoek Prins meeloten voor een plek. Indien Prins een plek toegewezen krijgt die niet naast Snoek ligt, probeert Prins te ruilen met de buurman van Snoek. Slaagt dit ruilen niet, dan geeft Prins de plek direct weer op onder het voorwendsel dat zijn goederen niet zijn gearriveerd. De marktmeester concludeert terecht dat het Prins enkel te doen is om Snoek een dubbele plek te bezorgen.
De marktmeester heeft besloten in te grijpen door Prins expliciet te verbieden zijn plek te ruilen. De tekst breekt af op het moment dat de marktmeester beschrijft wat hij zag toen hij later die dag de markt controleerde, wat suggereert dat de afspraak direct werd geschonden.
--- De Lindengracht in de Jordaan is van oudsher een belangrijke marktlocatie in Amsterdam. In de jaren '30 was het marktwezen streng gereguleerd om eerlijke kansen te bieden aan alle kooplieden, zeker in de economisch uitdagende jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Het systeem met voorkeurskaarten en loting was bedoeld om willekeur te voorkomen, maar zoals uit dit document blijkt, probeerden handelaren met creatieve constructies de regels te omzeilen voor commercieel gewin.
De datering van 25 april 1939 plaatst dit document in de late vooroorlogse periode. Het archiefstuk geeft een mooi inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de handhaving op de Amsterdamse markten vlak voor het uitbreken van de oorlog. De term "loopplaats" verwijst naar een standplaats die per dag wordt uitgegeven, vaak aan handelaren die geen vaste vaste staanplaats hebben of een extra plek zoeken.