Administratief bijblad/notitie van de gemeente (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratief bijblad/notitie van de gemeente (Algemene Zaken Model No. 14). Mei - juni 1939. [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 28/64/1 1939
DOORGEZONDEN: 13/5 [handgeschreven]
[Rechtsboven]
57
[Hoofdtekst handgeschreven]
J. Braam pl no 262 (Lindengracht Vischmarkt)
vaste plaats toegekend 15/5 '39
mag Braam vleeschwaren op de hem toegewezen plaats verkoopen?
m.i. niet
del Maar
[Stempel/notitie in rode cirkel links]
opt.
16-6-39
[Paraaf]
[Midden]
Kan als afgedaan worden beschouwd.
Th. Wolff
22-5-39
[Rechts]
Oproepen
30-5-39
del Maar
p 7/6
p 14/6
[Onderzijde]
Braam bij mij ontboden en hem medegedeeld, dat zijn verzoek om op zijn vaste plaats op de markt Lindengracht, op welk gedeelte versche visch wordt verkocht, vleeschwaren te mogen verkoopen, niet kan worden ingewilligd. (Zie rapport marktopzichter)
14-6-39 del Maar
[Linksonder voorgedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een verzoek van een marktkoopman genaamd J. Braam aan het gemeentebestuur in 1939. Braam had een vaste standplaats (nummer 262) op de Lindengracht markt in Amsterdam, specifiek op het gedeelte dat gereserveerd was voor de vismarkt.
De kernvraag in het document is of Braam op deze plek ook vleeswaren mag verkopen. Uit de ambtelijke aantekeningen blijkt dat dit verzoek herhaaldelijk wordt afgewezen. Ambtenaar 'del Maar' geeft aanvankelijk al aan dat dit naar zijn mening ("m.i.") niet kan. Na een oproep aan Braam op 14 juni 1939 wordt hem formeel medegedeeld dat zijn verzoek niet wordt ingewilligd, met verwijzing naar een rapport van de marktopzichter. De voornaamste reden lijkt de locatie te zijn: vleeswaren verkopen op een plek waar verse vis wordt verhandeld, werd blijkbaar niet toegestaan. De Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan is van oudsher een belangrijke marktlocatie. In de jaren 30 van de 20e eeuw was de marktsturing streng gereguleerd door de gemeente. Standplaatsen waren strikt ingedeeld naar productgroepen (branchevering). Dit diende zowel de hygiëne als de overzichtelijkheid voor de consument en de marktmeester.
Het mengen van branches, zoals hier het verkopen van vleeswaren in de vissector, werd vaak geweigerd om kruisbesmetting en geuroverlast te voorkomen, maar ook om de marktstructuur te handhaven. Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratische afhandeling van marktvergunningen en de interactie tussen de lokale overheid en de kleine zelfstandige vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van "Alg. Zaken Model No. 14" duidt op het gebruik van gestandaardiseerde formulieren voor de gemeentelijke administratie. J. Braam M. No