Administratief bijblad/notitie betreffende marktvergunningen.
Origineel
Administratief bijblad/notitie betreffende marktvergunningen. Diverse data variërend van 19 oktober 1937 (inschrijving) tot 12 juni 1939. [Linksboven in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 28/69/1 193 9.
DOORGEZONDEN: 26/5
[Rechtsboven:]
83
[Bovenzijde, handgeschreven:]
A. Buijs
voorkeurskaart no. 262 Al. Cuypstr.
20/5 ’39 gewaarschuwd geregeld te komen.
E. Buijs-Bron
sollicitante no 430 Lindengracht
" " 479 Westerstraat
[Midden links:]
12/6/39 HB
ingeschreven 19/10 ’37
komt nog niet voor een voorkeurskaart in aanmerking.
[Groot rood nummer diagonaal:]
28/69/2
[Hoofdtekst, handgeschreven met doorhalingen:]
Het verzoek van A. Buijs om ~~toe te staan~~ in het bezit te mogen blijven van een voorkeurskaart van de markt aan de Alb. Cuypstraat gedurende de wintermaanden om daarvan gebruik te kunnen maken, kan niet worden ingewilligd.
[Onderste tekstblok:]
~~Hem had~~ werd bericht, dat hij, zoolang hij nog niet in het bezit is van voorkeurskaarten op de markten Lindengracht en Westerstraat, hij deze markten niet behoeft te bezoeken.
[Kleine aantekening middenonder:]
Woon - of oproepen? 14/6
[Rechtsonder, aftekening:]
Afdoen
1-6-39
[Handtekening, mogelijk Dettmer]
[Voetnoot:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een intern administratief dossierstuk betreffende de toewijzing van marktplaatsen. De kern van de zaak is een verzoek van marktkoopman A. Buijs. Hij wilde zijn voorkeursstatus (vaste plek) op de Albert Cuypmarkt behouden met de specifieke wens deze enkel in de wintermaanden te gebruiken. Dit verzoek is officieel afgewezen ("kan niet worden ingewilligd").
Daarnaast blijkt uit de notities dat er streng werd gecontroleerd op aanwezigheid; Buijs was in mei 1939 gewaarschuwd dat hij "geregeld" moest komen opdagen om zijn kaart te behouden. Zijn echtgenote (of familielid) E. Buijs-Bron stond ondertussen op de wachtlijst ("sollicitante") voor plekken op de Lindengracht en Westerstraat. Er wordt geconcludeerd dat zolang hij voor die andere markten nog geen officiële voorkeurskaart heeft, hij daar ook niet verplicht hoeft te verschijnen. Het document dateert van vlak voor de Tweede Wereldoorlog (1937-1939). In deze periode was de handel op de Amsterdamse markten strikt gereguleerd door de gemeente. Een "voorkeurskaart" was essentieel voor een koopman, omdat dit recht gaf op een vaste standplaats in plaats van elke dag te moeten loten voor een restplaats. De administratie hield nauwkeurig bij of kooplieden wel daadwerkelijk hun plek bezetten. De weigering van het "winterverzoek" duidt op een beleid waarbij standplaatsen het hele jaar door bezet moesten worden om de continuïteit en het marktbeeld te waarborgen. De genoemde markten (Albert Cuyp, Lindengracht, Westerstraat) behoren tot de meest iconische en drukbezette markten van Amsterdam. A. Buijs E. Buijs M. No