Ambtelijk advies / Brief
Origineel
Ambtelijk advies / Brief 17 juni 1939 Onbekend (ondertekend door een functionaris van het Marktwezen) No 20/77/1 M 1939 10/6
Aan den Inspecteur
van het Marktwezen
alhier
De familie J de Vos v/d Burgt de aanvraagster, zoowel als gevraagde assistent J de Vos genieten nog steeds steun.
Vos v/d Burgt heeft een plaats op de Lindengracht en ook op de Westerstraat.
~~≠ J de Vos heeft een vaste plaats op de Westerstraat~~
en een voorkeurskaart voor de Lindengracht, en krijgt eerdaags ook hier een vaste plaats.
Mij lijkt het ongewenscht dat een vaste plaatshouder assistent bij een anderen vaste plaatshouder wordt. J de Vos heeft mij gezegd op zoo’n manier op de plaats van zijn moeder te komen.
Ik adviseer U dan ook, dit verzoek niet toe te staan.
[Handtekening]
17 Juni 1939
≠ J de Vos heeft op de markt Westerstraat geen vaste plaats. Het document is een handgeschreven adviesnota van een marktmeester of controleur aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de zaak is een verzoek van mevrouw J. de Vos v/d Burgt om haar zoon, J. de Vos, als assistent aan te stellen bij haar marktkraam.
De ambtenaar adviseert negatief op basis van de volgende punten:
1. Sociale status: Beide partijen ontvangen "steun" (werkloosheidsuitkering of sociale bijstand), wat in de jaren '30 streng gereguleerd was in combinatie met werk op de markt.
2. Beleidsmatig: De zoon heeft zelf al markt-rechten (een voorkeurskaart en uitzicht op een vaste plaats). De ambtenaar vindt het ongewenst dat een zelfstandig plaatshouder assistent wordt van een ander.
3. Oneigenlijk gebruik: De zoon heeft toegegeven dat de constructie bedoeld is om de vaste staanplaats van zijn moeder te zijner tijd over te kunnen nemen.
Opvallend is de correctie onderaan: in de hoofdtekst is een zin doorgehaald die beweerde dat de zoon al een vaste plaats had op de Westerstraat. Onderaan wordt dit gecorrigeerd naar "geen vaste plaats", hoewel de afwijzing blijft staan vanwege zijn overige rechten en de intentie van het verzoek. Dit document stamt uit juni 1939, de late crisisjaren in Nederland vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Amsterdamse markten (zoals de Lindengracht en de Westerstraat in de Jordaan) waren van groot economisch belang voor de volksklasse.
De "Dienst van het Marktwezen" hanteerde strikte regels om te voorkomen dat families monopolies op staanplaatsen kregen of dat mensen met een uitkering ("steun") onterecht bijverdienden. De term "steun" verwijst naar de karige overheidsbijstand tijdens de Grote Depressie, waarbij ontvangers vaak aan strenge controles werden onderworpen. Het overdragen van een felbegeerde staanplaats van ouder op kind was een veelvoorkomende praktijk die door de autoriteiten nauwlettend in de gaten werd gehouden.