Archief 745
Inventaris 745-282
Pagina 209
Dossier 27
Jaar 1939
Stadsarchief

Brief (klachtenbrief).

Dossier: 28/78

Origineel

Brief (klachtenbrief). [Stempel:] Nº 28/78/ M. .339 13/6
[Aantekening rechtsboven:] mij. Inop onzin!

Directeur. Gaarne wou ik u wat
schrijven over de toestand op de markt
Lindengracht. Een werkelijk groentenkoopman
kan onmogelijk zijn brood meer ver-
dienen ten minste als er geen verandering
in komt. Er staat eene M. v Houten
op de Lindengracht met groenten deze
man heeft achttien gulden pension in de
week twee zoons die samen vijftig
Gulden verdienen zijn vrouw is nog
geldschieter er bij en verhuren nog
tenten op Bakkum. Niet alleen hij die
zoo een inkomen hebben maar er staan nog
meer die niet van de markt hun brood
noodig te verdienen hebben. M. van Houten is
afgekeurd van de tram door zenuwen maar
waarom krijgt zo'n man dan nog een vaste
plaats op de Lindengracht. daar hij anderen
broodeloos maakt. Hij kan het veel goed
kooper geven als iemand die er van eten
moet omdat hij aan een gulden daags genoeg * Inhoud: De schrijver van de brief beklaagt zich bij de "Directeur" (vermoedelijk van de Marktwezen in Amsterdam) over oneerlijke concurrentie op de Lindengracht-markt. De kern van de klacht is dat een zekere M. van Houten een vaste staanplaats heeft, terwijl hij dit inkomen volgens de schrijver niet nodig heeft.
* Argumentatie: De schrijver somt de inkomstenbronnen van Van Houten op om aan te tonen dat hij "binnen" is: hij heeft een pensioen van 18 gulden per week (vanwege afkeuring bij de tram door "zenuwen"), zijn zoons verdienen goed, zijn vrouw is geldschieter en ze verhuren tenten in de badplaats Bakkum.
* Gevolg: Omdat Van Houten al een basisinkomen heeft, kan hij zijn groenten goedkoper aanbieden ("goedkooper geven"), waardoor de "werkelijke" koopmannen, die volledig afhankelijk zijn van de markt, hun brood niet meer kunnen verdienen.
* Toon: Verontwaardigd en beschuldigend. Het is een typisch voorbeeld van sociale controle en de strijd om schaarse vergunningen op de markt. * De Lindengracht: Deze gracht in de Amsterdamse Jordaan werd in 1895 gedempt, waarna er een markt ontstond die nog steeds bestaat. In de vroege 20e eeuw was de concurrentie op deze markten moordend.
* Economische achtergrond: De genoemde bedragen (18 gulden pensioen, 50 gulden loon voor de zoons) waren voor die tijd zeer aanzienlijk voor een arbeidersgezin. Ter vergelijking: een gemiddeld arbeidersloon lag rond de eeuwwisseling vaak tussen de 10 en 15 gulden per week.
* De aantekening: De handgeschreven notitie rechtsboven ("onzin!") suggereert dat de ambtenaar of directeur die de brief ontving, de klacht als ongegrond of als afgunst heeft afgedaan. Het dossiernummer in het paarse stempel wijst op een formele registratie in het archief van de gemeente. M. van Houten Marktwezen

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver van de brief beklaagt zich bij de "Directeur" (vermoedelijk van de Marktwezen in Amsterdam) over oneerlijke concurrentie op de Lindengracht-markt. De kern van de klacht is dat een zekere M. van Houten een vaste staanplaats heeft, terwijl hij dit inkomen volgens de schrijver niet nodig heeft.
  • Argumentatie: De schrijver somt de inkomstenbronnen van Van Houten op om aan te tonen dat hij "binnen" is: hij heeft een pensioen van 18 gulden per week (vanwege afkeuring bij de tram door "zenuwen"), zijn zoons verdienen goed, zijn vrouw is geldschieter en ze verhuren tenten in de badplaats Bakkum.
  • Gevolg: Omdat Van Houten al een basisinkomen heeft, kan hij zijn groenten goedkoper aanbieden ("goedkooper geven"), waardoor de "werkelijke" koopmannen, die volledig afhankelijk zijn van de markt, hun brood niet meer kunnen verdienen.
  • Toon: Verontwaardigd en beschuldigend. Het is een typisch voorbeeld van sociale controle en de strijd om schaarse vergunningen op de markt.

Historische Context

  • De Lindengracht: Deze gracht in de Amsterdamse Jordaan werd in 1895 gedempt, waarna er een markt ontstond die nog steeds bestaat. In de vroege 20e eeuw was de concurrentie op deze markten moordend.
  • Economische achtergrond: De genoemde bedragen (18 gulden pensioen, 50 gulden loon voor de zoons) waren voor die tijd zeer aanzienlijk voor een arbeidersgezin. Ter vergelijking: een gemiddeld arbeidersloon lag rond de eeuwwisseling vaak tussen de 10 en 15 gulden per week.
  • De aantekening: De handgeschreven notitie rechtsboven ("onzin!") suggereert dat de ambtenaar of directeur die de brief ontving, de klacht als ongegrond of als afgunst heeft afgedaan. Het dossiernummer in het paarse stempel wijst op een formele registratie in het archief van de gemeente.

Genoemde Personen 1

Locaties

Lindengracht

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6