Archiefdocument
Origineel
27 juni 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Mw. J. de Vos v.d. Burgt, Goudsbloemstraat 136 II, Amsterdam-Centrum. Extra
VP/G.
28/77/2 M
27 Juni 1939
Mw.J.de Vos v.d.Burgt,
Goudsbloemstraat 136 II,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 9.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 10 dezer ver-
leen ik U tot wederopzegging toestemming zich op Uw plaat-
sen op de markten Lindengracht en Westerstraat te laten by-
staan - niet vervangen - door Uw zoon J.de Vos.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een officiële reactie op een verzoek van mevrouw De Vos v.d. Burgt. Zij krijgt hiermee de formele goedkeuring om zich op haar marktplaatsen te laten assisteren door haar zoon, J. de Vos.
* Voorwaarden: Er worden twee belangrijke beperkingen gesteld: de toestemming is "tot wederopzegging" (kan dus op elk moment worden ingetrokken) en de zoon mag haar slechts "bijstaan" en uitdrukkelijk "niet vervangen". Dit betekent dat de vergunninghoudster zelf fysiek aanwezig moest blijven bij de kraam.
* Locaties: De genoemde markten, de Lindengracht en de Westerstraat, zijn historische en nog steeds bestaande markten in de Amsterdamse Jordaan. De geadresseerde woonde in de Goudsbloemstraat, wat eveneens in de Jordaan ligt, op loopafstand van de markten. * Tijdsperiode: De brief is geschreven in de zomer van 1939, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het document getuigt van de strikte regulering van de markthandel in Amsterdam in de jaren '30.
* Administratie: De nauwkeurige formulering en de archiefnummers wijzen op een strak georganiseerde gemeentelijke administratie rondom marktvergunningen. In deze periode was de markt een cruciale bron van inkomsten voor veel gezinnen in volksbuurten zoals de Jordaan, waarbij het vaak om kleine familieondernemingen ging. De noodzaak voor zo'n officiële brief voor simpele hulp van een zoon toont aan hoe formeel de verhoudingen tussen burger en overheid destijds waren. J. de Vos Marktwezen