Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. [Stempel linksboven, met handgeschreven toevoegingen in blauwe inkt:]
№ 21/22/2 M. 1944 31/10
[Handgeschreven rechtsboven:]
Marktw
[Stempel midden links:]
INGEKOMEN
30 OCT. 1944
Beantw. ....................
[Hoofdtekst:]
No. 47/9 L.M. 1944. Restitutie marktgeld.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 13 October 1944.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasche- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied, (Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied, Stuk 33, No. 152; Gemeenteblad 1941, afdeeling 4, volgn. 517);
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 4 October 1944 No. 21/22/2M.;
Gelet op art. 36 van de Verordening op de Heffing van marktstandplaats- en ventgelden;
B e s l u i t :
aan J. Okel, Singel 43, op gronden van billijkheid restitutie van marktgeld te verleenen tot een bedrag van f. 6.37.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financien (2 stuks).
LM.
No. 280 Voor eeneluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Handgeschreven in rode inkt en potlood aan de rechterzijde:]
n.i. Du. [gevolgd door onleesbaar paraaf]
21 (rechtsonder) Dit document is een officieel uittreksel van een besluit van de burgemeester van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het betreft een zeer specifiek administratief proces: het terugbetalen van een klein bedrag (6,37 gulden) aan marktgeld aan een burger, de heer J. Okel, wonende aan de Singel 43.
De juridische onderbouwing is tekenend voor de tijd; er wordt direct verwezen naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris" (Seyss-Inquart). Dit toont aan hoe de lokale administratie volledig was ingebed in het wettelijke kader van de bezetter. Het besluit wordt genomen op grond van "billijkheid", wat suggereert dat de marktkramer door omstandigheden (mogelijk gerelateerd aan de oorlogssituatie of schaarste) zijn standplaats niet heeft kunnen gebruiken.
De betrokken afdeling van de wethouder ("Levensmiddelen, Wasche- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen") weerspiegelt de prioriteiten van het stadsbestuur in oorlogstijd: de distributie van schaarse goederen en de handhaving van de openbare hygiëne. Oktober 1944 was een kritieke periode in de Nederlandse geschiedenis. Terwijl het zuiden van Nederland reeds bevrijd was, begon in Amsterdam en de rest van West-Nederland de "Hongerwinter". De spoorwegstaking was in volle gang en de voedselvoorziening stortte in.
Het is opmerkelijk dat te midden van deze enorme crisis de gemeentelijke bureaucratie bleef functioneren voor relatief triviale zaken, zoals de restitutie van zes gulden marktgeld. Dit document illustreert de "business as usual" houding van het ambtelijk apparaat, zelfs onder extreme omstandigheden van bezetting en naderende hongersnood.
De ondertekenaar, J.F. Franken, was de gemeentesecretaris die gedurende de oorlogsjaren aanbleef. De handgeschreven notitie "Marktw" bovenin duidt erop dat dit exemplaar bestemd was voor het archief van de Dienst van het Marktwezen. J. Okel J.F. Franken Marktwezen