Ambtsverslag / Rapport.
Origineel
Ambtsverslag / Rapport. 17 februari 1944. DIENST VAN HET MARKTWEZEN
te
A M S T E R D A M
Nº 30/13/2 M. 1944 29/2
[handgeschreven in rood: onleesbaar/paraf]
R A P P O R T
Naar aanleiding van bijgaand schrijven No. 30/13/1 M.1944 1/2, waarin een en ander wordt medegedeeld over de dagmarkt Waterlooplein alhier, heb ik, [doorgehaald: na] J. H. de Grebber, Ambtenaar bij het Marktwezen, na daartoe bekomen opdracht een nader onderzoek ingesteld, waaruit mij het volgende is gebleken.
Door de in het schrijven bedoelde juffr. Valk, wonende Westerstraat no. 252, 3e etage alhier, wordt inderdaad servieswerk verkocht. Ik constateerde, dat zij voor een kop en schotel f. 3.- vraagt; voor een bord F. 1,50; voor een geheel servies F. 150, alles 2e hands. Volgens verklaring van Mej. Valk verdient zij ongeveer 50 cent per stuk. Mej. Valk, heeft een losse plaats. [rood onderstreept: Aan dezelfde stal] staat mej. Hooft - Penning, wonende Geldersche kade 102. Deze heeft een vaste standplaats. Zij verkoopt uitsluitend pannekoeken. De prijs bedraagt F 0,35 per stuk. Ik, rapporteur, heb niet kunnen constateeren, dat deze pannekoeken zonder bon worden verkocht.
Verder breng ik U nog het volgende onder Uw aandacht.
Er loopen veel vrouwen over de markt, die een tasch, inhoudende belegde broodjes meevoeren. Zij bieden deze broodjes dan te koop aan. Indien er een stal onbezet is, zetten zij hun koopwaar op de stal en blijven er zelf dan bijstaan. Ik heb deze vrouwen meerdere malen weggejaagd, doch zij blijven dan op het marktterrein. Ook loopen er verschillende personen met textiel (jassen, pantalons, kleedjes enz.) te leuren. Evenals de hierboven bedoelde vrouwen, nemen zij geen standplaats in.
Bonnenkooplieden zijn door mij niet gesignaleerd. Deze houden zich nog steeds op in de omgeving van de Zeedijk en Nieuwmarkt. [handgeschreven toevoeging: ch.]
Binnenkort worden op het Waterlooplein een KOFFIEHUIS [doorgehaald: en] en een IJSSALON geopend.
De prijzen van diverse artikelen zijn nog al aan den hoogen kant. Hieronder volgen er eenigen.
Scheermesjes, 10 stuks F. 2,50 door H. Winnik.
idem tegen F. 2 per 10 stuks; een kam, celluloid F. 1,75; cigarettenvloei F.0,65 per pakje, door J.S.F. Denker;
Ritssluiting, 10 cent per ce.m.; stoppen, voor electrisch licht 35 cent per stuk door H. K. Nijman.
Een paar kinderschoentjes, zeer kleine maat, F. 20 door Crnelis Schaft.
Een oud zadel F. 5.- door H. J. Seegers;
Een 2e hand colbert costuum F 300,- door J. J. Peron
Waarvan dit rapport te Amsterdam op 17 Februari 1944.
De Ambtenaar voornoemd,
[handtekening: J.H. de Grebber]
Aan
Den Heer Directeur van het Marktwezen
A L H I E R Dit document is een officieel inspectieverslag van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De ambtenaar, J.H. de Grebber, rapporteert over de dagelijkse gang van zaken op de markt aan het Waterlooplein.
Kernpunten uit het verslag:
* Handhaving: Er wordt specifiek gecontroleerd op illegale handel (verkoop zonder distributiebonnen bij de pannenkoeken) en 'leuren' (straathandel zonder vaste standplaats).
* Prijspeil: De ambtenaar noteert de prijzen van schaarse goederen. De genoemde bedragen zijn voor 1944 extreem hoog (bijv. 300 gulden voor een tweedehands colbert), wat duidt op inflatie en schaarste op de zwarte/grijze markt.
* Sociale controle: Er is sprake van vrouwen die broodjes verkopen vanaf onbezette kramen en personen die in textiel handelen. De ambtenaar meldt dat hij deze mensen "weggejaagd" heeft.
* Geografische focus: Naast het Waterlooplein worden de Zeedijk en de Nieuwmarkt genoemd als bekende plekken voor "bonnenkooplieden" (handelaren in illegale distributiebonnen). In februari 1944 was Nederland reeds bijna vier jaar bezet door nazi-Duitsland. De schaarste was op dat moment nijpend. Alles was "op de bon" (distributiestelsel). Het Waterlooplein, van oudsher een Joodse markt, had in 1944 zijn oorspronkelijke karakter verloren door de deportaties van de Joodse bevolking uit de omliggende buurt (de Jodenbuurt).
De Dienst van het Marktwezen had de taak om de orde te handhaven, maar in deze periode versverschoof de focus steeds meer naar het bestrijden van de zwarte handel en het controleren van prijsopdrijving. De genoemde namen in het document (zoals Winnik, Denker, Schaft) zijn mogelijk marktkooplieden of tussenhandelaren die door de inspecteur nauwlettend in de gaten werden gehouden. Het document illustreert de overlevingsstrategieën van Amsterdammers (de verkoop van broodjes en tweedehands kleding) en de repressieve reactie van de overheid daarop. H. Winnik H. de Grebber J. Peron J. Seegers J.H. de Grebber J.S.F. Denker K. Nijman Marktwezen