Brief (klad of kopie van een verzonden klachtbrief).
Origineel
Brief (klad of kopie van een verzonden klachtbrief). De transcriptie volgt de originele regelindeling en spelling (inclusief hoofdletters en interpunctie).
[Rechterpagina]
weet Den Heer wolf wat dit beteekend?
dit beteekend Voor een gezin een dag
Van Ons inkomsten te Beroven in
deze Voor Ons zoo moeilyke tijd.
deze Ambtenaar is beslist Ongeschikt
Voor Zijn taak. Daar het niet aan-
gaat Om Voor een klijn misverstand
Ons in de stortregen Onder toezicht
van twee politie Agenten te laten in
pakken terwijl een flink kwantum
stoffen nat werd en bedorven zijn
welke dienen vergoed te worden.
Wij bleven zeer kalm doch waneer
Den Heer wolf zoo blijft Voort gaan
zal het Vandaag of morgen slecht
met hem gaan daar hij de Kooplieden
tot het uiterste tergd. Het is mij
bekend dat Vele Kooplieden niet
behoorlijk hun klacht durven
te brengen bij Uw Ed. uit vrees
dat zij dan geschorst worden, doch
Ondergeteekende is daar niet bang
Voor en brengt daarom zijn klacht
waar hij hoort bij Uw Ed.
[Linkerpagina (slotzin)]
in de hoop en verwachting dat Uw Ed.
dit inziet Het document is een felle klacht over het optreden van een ambtenaar genaamd "Heer Wolf". De kern van de klacht is een incident waarbij de schrijver en zijn gezin door deze ambtenaar gedwongen werden om hun handelswaar — een "flink kwantum stoffen" — in de stromende regen in te pakken onder toezicht van twee politieagenten. Dit gebeurde volgens de schrijver naar aanleiding van slechts een "klijn misverstand".
De gevolgen waren aanzienlijk: de stoffen raakten nat en bedorven, wat leidde tot direct inkomstenverlies. De schrijver beticht de ambtenaar van ongeschiktheid en stelt dat hij de beroepsgroep van kooplieden "tot het uiterste tergt". De brief heeft een dwingende toon; de auteur eist vergoeding van de schade en waarschuwt dat de situatie voor de ambtenaar uit de hand kan lopen als hij zijn gedrag niet aanpast. Hoewel een jaartal ontbreekt, wijst alles op de periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De zinsnede "deze Voor Ons zoo moeilyke tijd" was een gangbare manier om naar de bezettingsjaren te verwijzen. Kooplieden en marktlieden stonden in die tijd onder zware druk door distributiewetten en streng toezicht van inspecteurs (zoals van de CCD of de Prijsbeheersing).
De vermelding dat andere kooplieden niet durven te klagen uit angst om "geschorst" te worden, duidt op het sanctiesysteem waarbij handelaren hun vergunning konden kwijtraken bij conflicten met de autoriteiten. Dat de schrijver expliciet vermeldt "niet bang" te zijn, suggereert een klimaat van repressie en angst waarin deze brief een daad van verzet of uiterste wanhoop was. Politie