Administratieve brief/geleidebrief (waarschijnlijk een doorslag/doorschrijfexemplaar).
Origineel
Administratieve brief/geleidebrief (waarschijnlijk een doorslag/doorschrijfexemplaar). 26 mei 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een daaraan gelieerde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). 37/63/2M. 5 26 Mei 1944. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
===========
In bijlage dezes heb ik de eer U
te doen geworden 4 contracten in duplo
betreffende de pakhuisafdeelingen nos.
3,15,26 en nis 3 van de hal op de Centra-
le Markt;
een contract in duplo betreffende de pak-
huisafdeelingen nos. 5 en 6 van pier E
op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel
te willen bevorderen, dat deze contracten
door den heer Burgemeester worden getee-
kend. Daarna gelieve U ze mij te doen
terugzenden, teneinde voor registratie te
kunnen zorgdragen.
De Directeur, * Inhoud: De directeur stuurt vijf contracten (in tweevoud) naar de Wethouder voor de Levensmiddelen. Deze contracten hebben betrekking op de huur of het gebruik van specifieke pakhuisruimtes op het terrein van de Centrale Markt (onderdelen van de centrale hal en pier E).
* Doel: De wethouder wordt verzocht ervoor te zorgen dat de burgemeester deze contracten ondertekent, waarna ze teruggestuurd moeten worden voor de administratieve verwerking (registratie).
* Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken"), wat kenmerkend is voor de bestuurlijke correspondentie van die tijd. Dit document stamt uit mei 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934) was het vitale logistieke hart voor de voedselvoorziening van de stad.
De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode cruciaal vanwege de toenemende voedselschaarste en het distributiesysteem. Hoewel Nederland bezet was, bleven de gemeentelijke bureaucratische processen — zoals het vastleggen van huurcontracten voor marktsecties — gewoon doorgaan onder toezicht van de (toen door de bezetter aangestelde) burgemeester, Edward Voûte. Het document illustreert hoe de dagelijkse ambtelijke gang van zaken bleef functioneren, zelfs in een tijd van oorlog en naderende crisis (de Hongerwinter zou enkele maanden later beginnen).